Berichten

Banken: wij lopen te veel risico bij rentemiddeling

AMSTERDAM – Nederlandse banken vinden dat het voorstel voor een nieuwe berekening van rentemiddeling te risicovol. Het nadeel voor geldverstrekkers zijn nu niet genoeg afgedekt, vinden ze zelf.

Dat schrijft de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) in een brief aan toezichthouder AFM. De belangenvereniging vindt dat banken niet genoeg worden gecompenseerd voor het risico dat zij lopen als een klant besluit om na de rentemiddeling de hypotheek vroegtijdig te beëindigen, door een verhuizing of een oversluiting.

De NVB reageert op een consultatie van het ministerie van Financiën. Dat wil de berekening van de rentemiddeling gaan vastleggen en baseert zich daarbij op de regeling voor het berekenen van een boeterente bij vervroegd aflossen. Hiermee wil de overheid voorkomen dat hypotheekverstrekkers een hogere vergoeding vragen van klanten dan het daadwerkelijke nadeel dat zij hebben bij de rentemiddeling.

Probleem: uitgesmeerde boete

Op zich een goed idee, vindt de NVB, maar de banken struikelen over een verschil tussen boeterente en rentemiddeling. Wie zijn hypotheek oversluit naar een lagere rente en daarvoor een boeterente betaalt, betaalt de bank in één klap het nadeel dat zij loopt. Maar bij rentemiddeling wordt die boeterente als het ware over de rest van de looptijd uitgesmeerd, zodat de klant die de ’boete’ niet ineens kan neerleggen toch een lagere rente kan krijgen.

De NVB vindt dat daar een risico voor de banken in zit. Want als de klant na een rentemiddeling alsnog zijn hypotheek vervroegd beëindigt, omdat hij gaat verhuizen of oversluiten, is het nadeel van de bank volgens de NVB niet helemaal afgedekt. De ’uitgesmeerde boete’ wordt dan namelijk niet helemaal meer betaald, omdat hij verwerkt is in de nieuwe rente van de hypotheek die niet tot het einde wordt uitbetaald.

Dus wil de belangenvereniging graag dat er nog een keer goed wordt gekeken naar de manier waarop het financiële nadeel van de bank wordt geregeld. Dat is volgens de banken nodig „om rentemiddeling duurzaam in de markt aan te kunnen blijven bieden.”

Gelegenheidsargument

De Vereniging Eigen Huis vindt het een „gelegenheidsargument” van de banken. „Dat klanten kunnen vertrekken geldt altijd”, zegt woordvoerder Hans André de la Porte. „Ook als je niet de rente middelt kun je je huis verkopen. Dan ben je de klant ook kwijt.”

Bron: De Telegraaf

Meer dan 400 suggesties voor verbetering van de boeterenteclausule

Deze zomer heeft de Stichting Good Governance Monitor in samenwerking met de Stichting New Financial Forum onderzocht hoe aanvaardbaar strikte toepassing van de boeterenteclausule wordt gevonden en welke verbeteringen men nodig vindt. De enquête werd door 664 consumenten, 47 financieel adviseurs, 13 beleggers en 10 geldverstrekkers volledig ingevuld en leverde meer dan 400 suggesties voor verbetering op.

Meest terugkerende suggestie was: afschaffen. Van de consumenten noemde 83 procent het onaanvaardbaar dat de boeterenteclausule strikt wordt toegepast. Verder vond 71 procent van de adviseurs dit en was 30 procent van de geldverstrekkers deze mening toegedaan. De volgende tien combinaties van suggesties voor verbetering werden het meest genoemd:

 

  1. Door toegenomen transparantie en gezonde concurrentie zouden niet alleen de werkelijke kosten mogen worden berekend (conform de Europese hypothekenrichtlijn, MCD) maar ook een plafond moet worden ingesteld ter hoogte van het Belgische systeem te weten drie maanden rente plus dossierkosten bij (gedeeltelijk) oversluiten.
  2. Het recht per jaar om boetevrij af te lossen moet cumulatief werken, resulterend in een recht op 100% boetevrije aflossing na 5 tot 10 jaar (afhankelijk van het afgesproken percentage).
  3. Voorwaarden bij rentemiddeling moeten worden verbeterd o.a. ook boetevrij bij verkoop huis
  4. De nieuwe condities moeten ook gelden voor alle bestaande contracten teneinde rechtsongelijkheid te voorkomen en zowel schuldreductie als koopkracht te bevorderen
  5. Boeterenteclausule moet in balans worden gebracht zodat het een tweezijdige regeling wordt met malus én bonus en beloning bij volmaken van periode of werkelijke opbrengsten en kosten delen.
  6. In sociaal/maatschappelijke zin is er een stelselwijziging nodig die mogelijkheden voor schuldreductie verruimt en het vertrouwen in de financiële sector vergroot.
  7. Lagere lasten maken meer capaciteit vrij om meer af te lossen of de koopkracht te vergroten.
  8. Er is meer transparantie en betere informatie nodig over de werkelijke kosten en hypotheekvoorwaarden en een beter toezicht hierop door AFM.
  9. Eerder aflossen moet fiscaal worden beloond.
  10. Het gevoel van faire behandeling bij consumenten zal worden vergroot door te kijken naar de historie van de klant in termen van totaal betaalde rente en wijzigingen. De eerste keer kan de bank bijvoorbeeld minder kosten rekenen. Ook is dringend gewenst om soepeler om te gaan met boetes en de persoonlijke omstandigheden hierin mee te nemen.

 

Op 6 september is in de Tweede Kamer een beknopt debat gepland over de invoering van de Europese hypohekenrichtlijn (MCD). Het was logistiek niet mogelijk om voorafgaand hieraan de beoogde dialoog met vertegenwoordigers van stakeholders te organiseren. Daarom is deze samenvatting van de enquête uitslag inmiddels verstuurd aan de politiek als mogelijke input voor het debat.

Bron: NewFinancialForum

Vragen over beloofde lagere boetes bij hypotheek aflossen en een voorstel om hypotheekrente te verlagen

Volgens de AFM is het glashelder; de ingeperkte wijze waarop banken boeterentes kunnen inzetten geldt voor nieuwe, maar ook voor bestaande hypotheken. De toezichthouder stelt dit naar aanleiding van Kamervragen van Omtzigt en Ronnes (beiden CDA). De Kamerleden willen weten in hoeverre banken de nieuwe regels eerbiedigen.

Een kleine maand geleden werden de nieuwe Europese hypotheekregels (Mortgage Credit Directive,) redelijk geruisloos ingevoerd. Onderdeel hiervan is ook de boeterente die geldverstrekkers in rekening brengen voor het vervroegd aflossen van de hypotheek. Die boete mag op grond van de nieuwe regels alleen nog de werkelijke kosten die de bank moet maken weerspiegelen.

In hun Kamervragen vragen Omtzigt en Ronnes onder meer aan ministers Blok (Wonen), Dijsselbloem (Financiën) en staatssecretaris Wiebes (Financiën) of deze een overzicht kunnen geven op welke wijze de verschillende banken nu hun boeterente berekenen en of ze de nieuwe boeterente alleen laten gelden voor nieuwe of ook voor bestaande hypotheken.

Geen misverstand
Volgens woordvoerder Nicole Reijnen van de AFM kan over dat laatste geen misverstand bestaan. “Het financiële nadeel dat hypotheekverstrekkers sinds de invoering van de MCD op 14 juli in rekening mogen brengen bij het vervroegd aflossen, oversluiten én bij rentemiddeling, geldt ook voor bestaande hypotheekklanten. Dus niet alleen bij nieuwkomers op de markt.”

 

Bron: AM/CDA

Hypotheekrente: Hoe wordt die bepaald?

Het is je vast niet ontgaan: de hypotheekrente is nu historisch laag. Maar hoe zit dat nu eigenlijk, welke factoren bepalen de hoogte van deze rente?

Hypotheekverstrekkers zijn in principe vrij om zelf de hoogte van de hypotheekrente te bepalen. Er spelen natuurlijk wel een aantal zaken mee. Hieronder een overzicht van de belangrijkste punten.

1. De inkoopprijs

Om geld uit te kunnen lenen moeten banken geld ‘inkopen’. Dat doen ze bij spaarders, investeerders, andere banken en bij de centrale banken van Nederland  en Europa. De banken betalen voor dit geld rente. Hoe hoger die rente, hoe duurder het geld voor de bank. Dit zie je terug in hogere hypotheekrentes.

De centrale banken verlagen meestal de rente als het slecht gaat met de economie. Dan wordt het geld goedkoper en is het voor bedrijven makkelijker om te investeren en mensen aan banen te helpen. Zo hopen de centrale banken ervoor te zorgen dat een economische crisis snel voorbij gaat. Door die dalende rente zijn ook de banken goedkoper uit en daalt de hypotheekrente. Gaat het na een tijdje weer beter met de economie, dan zullen de centrale banken de rente weer stapsgewijs verhogen. De hypotheekrente zal dan ook weer omhoog gaan.

2. Kosten voor hypotheekverstrekking

Hypotheekverstrekkers maken kosten voor het verstrekken van een hypotheek. Denk hierbij aan administratiekosten, huisvesting en computersystemen. Al deze kosten worden ook doorberekend in de hoogte van de hypotheekrente.

3. Risico: hypotheek versus woningwaarde

De hoogte van de rente hangt ook af van hoeveel risico de hypotheekverstrekker loopt dat jij het geleende geld niet terug betaalt. Dat risico wordt groter naarmate je meer leent ten opzichte van je woningwaarde. Wil je méér lenen dan een bepaald percentage van de woningwaarde? Houd er dan rekening mee dat je meer rente betaalt. De hypotheekverstrekker loopt dan immers meer risico dan wanneer je leenbedrag gelijk is aan óf lager is dan de woningwaarde.

Sluit je een hypotheek met NHG af? Dan loopt de verstrekker nauwelijks risico. Dit betekent dat je vaak in aanmerking komt voor rentekorting, dat kan oplopen tot zo’n 0,7%. Als klant moet je dan wel eenmalig borgstellingspremie betalen voor de NHG. In 2015 is dit 1% over het totale hypotheekbedrag.

Extra rentekorting

Daarbij zijn er nog andere keuzes die je kunt maken waardoor je rentekorting kunt krijgen. Kies je er bijvoorbeeld voor dat je niet boetevrij kunt aflossen als je gaat verhuizen? Dan kun je vaak een lagere rente krijgen. Kies je wel voor de mogelijkheid tot boetevrij aflossen? Dan betaal je wellicht hogere rente. Zo zijn er nog veel meer van dit soort voorbeelden.

4. Opslag voor het niet kunnen beschikken over het uitgeleende geld

Zodra een bank geld uitleent in de vorm van een hypotheek, kan de bank daar gedurende de looptijd van de hypotheek niet over beschikken. Hiervoor zal de bank een vergoeding wensen. Hierbij geldt dat de vergoeding normaal gesproken hoger wordt als de hypotheek langer loopt. Op het moment dat je de hypotheekrentes gaat vergelijken kunt je dat ook zien. Hoe langer de rentevaste periode, des te hoger de rente.

5. Winstopslag

Hypotheekverstrekkers zijn commerciële bedrijven en willen winst maken, ook op hypotheken. Daarom rekenen ze zogenaamde winstopslag in. Hoe hoog deze opslag is, hangt af van de situatie op de markt. Bij veel concurrentie kun je verwachten dat de winstopslag (en daarmee rente) lager wordt, op momenten dat er minder concurrentie is zal de winstopslag (en daarmee rente) juist hoger worden.

Inflatie weer omlaag

De inflatie in mei was 0,8 procent. Na een stijging in april is de inflatie terug op het niveau van maart. Goedkopere vakanties en voedingsmiddelen verlaagden de inflatie. Autobrandstoffen werden duurder. Dit heeft het CBS bekendgemaakt.

Inflatie terug naar het niveau van maart
Consumenten waren in mei 2014 gemiddeld 0,8 procent duurder uit dan in mei 2013. In april sprong de inflatie even naar 1,2 procent door een piek in de prijzen van vliegtickets en vakantieaccommodatie, vanwege de hogere vraag tijdens Pasen. In mei nam de vraag weer af en daarmee zakten de prijzen. De inflatie in mei staat nu op hetzelfde niveau als in maart. De laatste maanden schommelt de inflatie rond de 1 procent. Dat is sinds het begin van 2010 niet meer voorgekomen.

Voeding goedkoper, autobrandstoffen duurder
Voedingsmiddelen hadden een verlagend effect op de inflatie. Vooral verse groenten en fruit waren gemiddeld goedkoper dan een jaar eerder. Vorig jaar lagen de prijzen van deze producten relatief hoog als gevolg van de strenge winter. Afgelopen winter was juist zacht en daardoor lagen de prijzen een stuk lager dan een jaar eerder.
Duurdere benzine had in mei een verhogend effect op de inflatie. Benzineprijzen zijn sinds september 2013 niet zo hoog geweest.

Inflatie in Nederland lager dan in Eurozone
Om de inflatie tussen de EU-landen met elkaar te kunnen vergelijken, wordt deze ook berekend met de Europees geharmoniseerde consumentenprijsindex (HICP). In mei is de Nederlandse inflatie volgens de HICP gedaald naar 0,1 procent. Dat is lager dan het gemiddelde van 0,5 procent in de eurozone. Volgens de ECB is er sprake van prijsstabiliteit als de inflatie onder maar dicht bij 2 procent ligt. Vanaf februari 2013 ligt de inflatie in de eurozone onder de 2 procent. Op grond van de lage inflatie in de afgelopen periode heeft de ECB donderdag 5 juni besloten haar rentetarieven te verlagen.

Bron: CBS

Rente verder gedaald

De Nederlandsche Bank meldt dat al geruime tijd de spaar- en hypotheekrentes van banken afnemen. Ook de afgelopen twaalf maanden zijn beide rentes met ongeveer een half procentpunt afgenomen. In februari van dit jaar kregen Nederlandse huishoudens een rente van gemiddeld 1,37% op hun eenvoudig opneembaar spaargeld. Op nieuw afgesloten hypotheken moest gemiddeld 3,52% worden betaald.

Nederlandse huishoudens hadden in februari ongeveer EUR 280 miljard aan eenvoudig opneembaar spaargeld tegen een gemiddelde spaarrente van 1,37 procent.

Deposito
Ook de spaarrente op het vaststaand spaargeld is afgenomen. Huishoudens hebben ongeveer EUR 50 miljard aan vaststaand spaargeld. Op het spaargeld dat in februari werd vastgezet, werd een rente vergoed van gemiddeld 2,26%. Ongeveer de helft van het in februari op een spaardeposito geplaatste spaargeld kende een vaste looptijd van maximaal één jaar.

Hypotheken
De omvang van de hypotheken van Nederlandse huishoudens bij banken bedroeg in februari ongeveer EUR 540 miljard. Op deze uitstaande hypotheken betalen huishoudens een gemiddelde rente van 4,47%.

Opname spaargeld
Over de afgelopen twaalf maanden is het spaargeld van huishoudens met ongeveer EUR 4 miljard afgenomen, een daling van het spaargeld over een periode van twaalf maanden is in Nederland zeer uitzonderlijk. Volgens de banken is een deel van het opgenomen spaargeld gebruikt voor extra aflossingen.

Bron: DNB

Rentes dalen over de hele linie

Volgens DNB zijn de rentes die banken berekenen over kredieten voor bedrijven en consumenten gestaag gedaald.

Ook de rentevergoeding op spaargeld is verlaagd. Voor een deel is deze daling een weerspiegeling van de ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt.

In de eerste vijf maanden van 2012 is de gemiddelde hypotheekrente afgenomen. Huishoudens die in mei een nieuwe hypotheek hebben afgesloten of over hun bestaande hypotheek hebben heronderhandeld, kwamen met hun bank een rente overeen van gemiddeld 4,33 procent, tegen bijna 4,54 procent aan het begin van het jaar.

De daling deed zich voornamelijk voor bij hypotheken met een relatief korte (t/m 5 jaar) rentevaste periode. In mei 2012 betaalde een huishouden voor een hypotheek met de korte rentevaste periode (maximaal 1 jaar) ongeveer 1,30 procentpunt minder rente dan voor een hypotheek met een rentevaste periode van meer dan 10 jaar. Eind 2011 stond het verschil op 1,02 procentpunt.

Nederlandse bedrijven moesten in mei 2012 voor hun nieuwe financiering gemiddeld 2,25 procent betalen. Met name de leningen van meer dan 1 miljoen euro zijn fors goedkoper geworden: ondernemers betaalden die maand iets minder dan 2 procent op die leningen, tegen 2,85 procent eind 2011. Op leningen kleiner dan 1 miljoen euro betaalden bedrijven gemiddeld 3,82 procent, tegen 4,43 procent een jaar eerder.

Niet alleen de rentes op de kredieten zijn afgenomen. Ook de vergoeding op spaargeld is teruggelopen. In mei 2012 ontvingen huishoudens op een eenvoudige spaarrekening een rente van gemiddeld 2,35 procent, 0,05 procentpunt minder dan twee maanden daarvoor. Deze daling sinds maart 2012 maakt een einde aan een stijging van de spaarrente die ruim anderhalf jaar heeft geduurd. Met name in 2011 steeg de spaarrente sterk. Huishoudens ontvingen op hun spaargeld aan het einde van dat jaar 0,4 procentpunt meer rente dan aan het begin. De sterke stijging in die periode kan gedeeltelijk worden toegeschreven aan de stijgende tarieven op de financiële markten. De Nederlandse banken zijn voor hun kredietverstrekking niet alleen afhankelijk van deposito’s van huishoudens, maar ook van financiering op de financiële markten. Wanneer de marktfinanciering duurder wordt, zullen banken meestal sterker gaan concurreren om het spaargeld van huishoudens. Toenemende concurrentie vertaalt zich in een stijgende spaarrente.

Recent zijn de rentevergoedingen van de kleinere banken en van de vier grootste banken (Rabo, ING, ABN Amro en SNS) naar elkaar toe gegroeid. Het verschil bedraagt momenteel gemiddeld minder dan vijf basispunten in het voordeel van spaarders bij de kleinere banken. In 2011 hebben de kleinere banken gemiddeld 15 basispunten meer rente gegeven op het spaargeld dan de grootste spelers op de spaarmarkt. Maar recent zijn het vooral de kleinere banken die hun rente relatief snel hebben laten dalen.

Bron: DNB, 27-07-2012