Berichten

Belangrijkste wijzigingen belastingplan

Op 22 december 2015 heeft de Eerste Kamer ingestemd met het Belastingplan 2016. Dat betekent dat de belastingtarieven wijzigen per 1 januari. In het eindejaarsbericht van het ministerie van Financiën staan de belangrijkste (cijfermatige) wijzigingen in de rijksbelastingen per 1 januari 2016.

Download “Belangrijkste wijzigingen belastingen 2016” (pdf, 38 pagina’s)

Sociale verzekeringen
Per 1 januari 2016 worden de Participatiewet (voorheen WWB), IOAW en IOAZ, AOW, Anw, Wajong, WW, WIA, WAO, ZW en TW aangepast als gevolg van de stijging van het wettelijk minimumloon per 1 januari 2016. Dit komt doordat deze uitkeringen gekoppeld zijn aan het wettelijk minimumloon. Het minimumloon stijgt van € 1.507,80 naar € 1.524,60 bruto per maand.

De uitkeringsbedragen per 1 januari 2016 vindt u hier (pdf, 7 pagina’s)

Bron: Rijksoverheid

Dijsselbloem bereid met banken te praten over herfinfinancieringen hypotheken

Tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen heeft Dijsselbloem naar aanleiding van een oproep van de ChristenUnie aangegeven met banken in gesprek te gaan over de mogelijkheden van herfinancieringen van hypotheken bij probleemgevallen. Vanwege een hoge hypotheekrente is bij een herfinanciering naar een lagere hypotheekrente de boeterente vaak hoog.
(ChristenUnie): “Maar een concrete maatregel die ik nu wil voorstellen om die private schulden verder aan te pakken, is om te bekijken of mensen met een hypotheek die onder water staat, de mogelijkheid kunnen krijgen om deze hypotheek boetevrij te herfinancieren. Het verschil in rente van wat ze nu betaalden en wat ze gaan betalen, kan dan gebruikt worden om de eigenwoningschuld af te lossen. De rente is nu laag en het geeft die gezinnen dan ook die mogelijkheid. Daarmee komt er meer lucht bij de gezinnen, kunnen ze sneller hun restschuld aflossen en komt er ook meer mobiliteit. Is de minister bereid om de voor- en nadelen van deze optie op een rij te zetten en ook met de bankensector in overleg te gaan of zij deze mogelijkheid tijdelijk willen aanbieden?”
(ChristenUnie): “Op dit moment is de rente niet hoog, bijna laag. Dat zie je ook aan het aantal starters op de woningmarkt. Er zijn mensen voor wie het een groot probleem is dat hun huis qua hypotheek onder water staat, waarbij bijvoorbeeld ook de hoogte van de rente meespeelt. Ik wil graag bekijken of het verschil in rente voor de huidige en de nieuw af te sluiten hypotheek kan worden ingezet om de hypotheek af te lossen, maar dan boetevrij of tegen een lager bedrag dan oorspronkelijk had moeten worden betaald. Als je nu een looptijd hebt van twintig jaar en je na tien jaar toch gaat herfinancieren, dan moet je een fikse boete betalen. Dat remt heel veel huishoudens. Het mes snijdt volgens mij dus aan twee kanten: het helpt om de eigenwoningschuld sneller af te lossen en het helpt de doorstroming op bijvoorbeeld de woningmarkt.”
Minister Dijsselbloem gaf aan dat hij geen beloftes kon doen, “een hypotheek is een contract tussen bank en consument waar de overheid niets aan kan veranderen als het eenmaal gesloten is.” maar in gesprek zal gaan met banken.

Bron: Volkskrant

Kabinet maakt scheiden zonder rechter mogelijk

Echtparen die het onderling eens zijn en geen minderjarige kinderen hebben, kunnen straks via de ambtenaar van de burgerlijke stand scheiden. Deze procedure is eenvoudig, goedkoop en overzichtelijk. Dit blijkt uit een wetsvoorstel van staatssecretaris Teeven van Veiligheid en Justitie waarmee de ministerraad heeft ingestemd. De maatregel vloeit voort uit het regeerakkoord.

Bij de huidige echtscheidingsprocedure is tussenkomst van de rechter verplicht, evenals de bijstand van een advocaat. Dat is bij de nieuwe regeling niet meer het geval. Uiteraard staat het echtgenoten vrij om voor de scheiding via de ambtenaar van de burgerlijke stand juridisch advies in te winnen bij een advocaat, notaris of mediator. Ook blijft de gang naar de rechter mogelijk, maar verplicht is het niet. Alleen blijft de  echtscheidingsprocedure voor echtgenoten met minderjarige kinderen ongewijzigd. Zij zijn verplicht om een ouderschapsplan te maken dat door de rechter wordt getoetst.

Echtparen die willen scheiden zullen daarvoor straks een verzoek kunnen indienen bij de ambtenaar van de burgerlijke stand.  De echtscheiding kan niet eerder dan veertien dagen nadat het verzoek is ingediend, worden uitgesproken. De ambtenaar van de burgerlijke stand moet namelijk eerst nagaan of de echtgenoten voldoen aan de voorwaarden, daarna kunnen zij een afspraak maken om in persoon naar het gemeentehuis te komen. Dit is nodig om de identiteit van de echtgenoten vast te stellen en te vernemen dat zij allebei willen scheiden. De ambtenaar kan dan de echtscheiding uitspreken en een akte opmaken die wordt ingeschreven in een register.

De ministerraad heeft ermee ingestemd het wetsvoorstel voor advies aan de Raad van State te zenden. De tekst van het wetsvoorstel en van het advies van de Raad van State worden openbaar bij indiening bij de Tweede Kamer.

Bron: Rijksoverheid

Pensioenopbouw definitief omlaag

De Eerste Kamer is akkoord met de plannen van het kabinet voor de fiscale hervorming van de pensioenen. De veranderingen bij de pensioenopbouw, waaronder verlaging van het opbouwpercentage, treden daarmee op 1 januari 2015 in werking. De wetswijziging hangt samen met de gestegen levensverwachting en de stapsgewijze verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd. Als gevolg van de aanpassingen zullen pensioenpremies dalen, wat voor werknemers resulteert in een hoger netto loon. Dit geeft een bestedingsimpuls aan de economie. Bovendien leiden de aanpassingen tot een besparing op de Rijksbegroting die oploopt tot circa 2,8 miljard euro in 2017 (structureel circa 1,2 miljard euro). Daarmee is het één van de grote hervormingen uit het regeerakkoord van het kabinet Rutte-Asscher. Met ingang van 2015 geldt een opbouwpercentage van 1,875% (voor pensioen op basis van middelloon). Hiermee kan in 40 jaar werken een pensioen worden opgebouwd van 75% van het gemiddelde inkomen. Diverse ingebouwde waarborgen zorgen ervoor dat de lagere pensioenopbouw doorwerkt in een daling van de pensioenpremie. Daarnaast blijft de aftopping van het pensioengevend inkomen ongewijzigd; op 100.000 euro (in 2015). Voor mensen met inkomens die daarboven liggen, wordt het mogelijk om op vrijwillige basis fiscaal vriendelijk bij te sparen uit het nettoloon. –

Studiefinanciering wordt studievoorschot

Het kabinet heeft met de fracties van D66, GroenLinks, VVD en PvdA een akkoord bereikt over de hervorming van de studiefinanciering. Het studievoorschot bestaat voortaan uit een beurs voor studenten van wie de ouders minder dan €46.000 verdienen, een lening en een collegegeldkrediet. De aanvullende beurs kan oplopen tot €365 per maand, voor studenten met ouders die minder dan €30.000 verdienen. Boven dat inkomen loopt het bedrag terug. De maximale lening is het bedrag dat studenten nu al kunnen lenen plus eventueel het bedrag van de huidige basisbeurs (voor uitwonenden). De basisbeurs voor alle studenten, ongeacht het inkomen van hun ouders, vervalt.

Lagere aflossing
De maximale afbetalingstermijn gaat van 15 naar 35 jaar. De maandlasten bij aflossing nemen hierdoor flink af, van maximaal 12% nu naar 4% van het verzamelinkomen bij het studievoorschot. Daarnaast begint het afbetalen straks vanaf het minimumloon. Nu is dat ongeveer bij bijstandsniveau. Eerder aflossen mag natuurlijk ook en de aflossingsvrije jokerjaren die de afgestudeerde kan inzetten als hij door een dure levensfase gaat waarin hij zijn geld nodig heeft voor andere zaken (zoals jonge kinderen of de aanschaf van een huis) blijft bestaan.

Studenten met een handicap of chronische ziekte, die nu nog een jaar extra basisbeurs krijgen, worden gecompenseerd met kwijtschelding van €1200 bij een afgeronde bachelor of master.

Het studievoorschot voor de bachelor en masterfase gaat in op 1 september 2015 voor nieuwe groepen bachelor- en masterstudenten.

Bron: Rijksoverheid

Maatregelen woningmarkt 2014 aanvaard

De Eerste Kamer heeft op dinsdag 17 december 2013 na een intensief debat met minister Blok voor Wonen en Rijksdienst en staatssecretaris Weekers van Financiën het wetsvoorstel Maatregelen Woningmarkt 2014 II aanvaard met 38 stemmen voor (VVD, PvdA, D66, ChristenUnie en SGP) en 37 tegen (PVV, SP, 50PLUS, OSF, PvdD en GroenLinks). Op grond van dit wetsvoorstel wordt onder meer met ingang van 1 januari 2014 jaarlijks een heffing aan de verhuurders opgelegd. Met het wetsvoorstel wordt uitvoering gegeven aan de in het woonakkoord neergelegde afspraken omtrent de verhuurderheffing vanaf het begin van het kalenderjaar 2014.

In het debat werd door woordvoerders van de PvdA, CDA, SP, GroenLinks, PVV, OSF, PvdD en 50PLUS ernstige zorgen geuit over de gevolgen van deze heffing voor de woningmarkt.

Vanwege de oplopende tegenstelling rondom de verhuurdersheffing werd het debat meermaals geschorst en werd er tussentijds een brief van minister Blok aan de leden van Eerste Kamer gestuurd waarin hij een aantal aanpassingen in de wet aankondigde. Blok zegde toe de wet voor begin 2016 fundamenteel te evalueren. Tot die tijd zal nauw worden gemonitord of er aanleiding is om toch tot een investeringsfonds te komen. Wanneer de situatie op de woningmarkt noopt tot aanpassingen in het systeem van de verhuurderheffing, dan zal de minister hiertoe stappen ondernemen. Een verlaging van het tarief van de heffing per 2017 en het opzetten van een investeringsfonds behoren daarbij tot de mogelijkheden. Daarnaast zal de minister voor eind 2014 komen met een uitwerking van de wooncoöperatie, een zelforganisatie van zowel kopers als huurders.

De woordvoerder van de PvdA-fractie Duivesteijn gaf aan dat hij door de tegemoetkomingen van de minister voldoende aanleiding zag om het wetsvoorstel toch te steunen.

Klik hier voor Wet maatregelen woningmarkt 2014 II

Bron: Eerste Kamer

Politieke partijen komen met suggesties voor woningmarkt

Vooruitlopend op het Tweede Kamerdebat over de woningmarkt komen diverse politieke partijen met suggesties.
– D66: eerder NHG hypotheek voor ZZP-ers
– VVD: evaluatie hypotheekregels
– ChristenUnie: starterscontract
– PvdA: verhoging inkomensgrens sociale huur

Sneller NHG condities voor Zzp-ers
D66: Zzp’ers en mensen met een tijdelijk contract zouden niet pas na 3, maar al na 2 jaar in aanmerking moeten kunnen komen voor een hypotheek met Nationale Hypotheek Garantie (NHG).
Mensen zonder vast inkomen worden getoetst op het inkomen van de laatste 3 jaar. De NHG is ook gebaseerd op 3 jaar. D66 vindt dat te lang, zeker nu een stijgend aantal mensen het met een tijdelijk contract of een flexibel inkomen moet doen [Bron: Telegraaf]

Evaluatie hypotheekregels (GHF)
De VVD vindt dat de spelregels voor de verstrekking van nieuwe hypotheken, de gedragscode hypothecaire financieringen, geëvalueerd moeten worden

“Ik vraag me af of de huidige regels nog wel van deze tijd zijn”, zo laat Kamerlid Barbara Visser weten aan NU.nl [Bron: Nu.nl]

Starterscontract
Jongeren die het ouderlijk huis of een studentenwoning verlaten, moeten gemakkelijker een onderkomen kunnen vinden. De ChristenUnie komt met het idee voor een ‘starterscontract’.

Jonge woningzoekers kunnen dan tijdelijk een daarvoor aangewezen huis huren. Huurder en verhuurder weten hierdoor waar zij aan toe zijn, stelt Kamerlid Carola Schouten (ChristenUnie).

Kamerlid Carola Schouten (ChristenUnie): “Ze denkt aan een periode van vijf jaar. Na de studie gaan mensen er in vijf jaar vaak financieel op vooruit.
Binnen zo’n tijdsbestek is het in de meeste gemeenten haalbaar om nieuwe woonruimte te vinden. Bovendien kunnen ze al die jaren al ingeschreven staan voor een sociaal huurhuis [Bron: De Volkskrant]

Sociale huurwoniningen inkomensgrens
Huurders die meer dan 34 duizend euro verdienen en niet meer in aanmerking voor sociale huur, hebben grote moeite om andere woonruimte te vinden stelt PvdA-Kamerlid Monasch tegenover de NOS. Als voorstel wordt aangegeven in plaats van 34 duizend euro de inkomensgrens voor sociale huur te verhogen naar 43 duizend euro. De bedoeling is dat de verhoging 5 jaar zal duren. Europese regels voorzien in een dergelijke tijdelijke aanpassing als er niet genoeg aanbod op de particuliere huurmarkt is. Na het aflopen van deze periode wordt vervolgens gekeken of iemand qua inkomen en aanbod in de vrije sector nog steeds recht heeft op een sociale huurwoning. [Bron: NOS]

CDA dien wetsvoorstel ‘Schenking en aflossing woningschuld’ in

Schenking aan een familielid voor het aflossen van een woningschuld moet makkelijker worden, als het aan het CDA ligt. Gisteren (woensdag) heeft het CDA daartoe een wetsvoorstel aan het kabinet voor aangeboden. Het CDA pleit er voor om niet alleen schenkingen voor de aankoop van de woning of aflossing van de hypotheek makkelijker te maken, maar ook schenkingen (onbelast) mogelijk te maken voor de aflossing van restschulden nadat een huis met verlies is verkocht.

Het kabinet gaat op Prinsjesdag in een reeks maatregelen om de woningmarkt weer aan te jagen waarschijnlijk voorstellen het voor ouders mogelijk te maken om volgend jaar 100.000 euro belastingvrij schenken. Dat geld moet dan wel in een eigen koopwoning worden gestoken.

CDA voorstel
In het voorstel mag een ouder een belastingvrije schenking aan zijn kinderen over vier jaar uitspreiden. Nu kan dit alleen in een keer, met een bedrag van 51.000 euro. In andere gevallen geldt een belastingtarief van 40 procent. “Maar niet iedereen kan zijn kinderen in één keer een fors bedrag schenken”, zo stelt Kamerlid Pieter Omtzigt.

Ten tweede stelt het CDA voor een extra laag belastingtarief voor grootouders of derden in te stellen die maximaal 51.000 euro schenken. Ook zij mogen de schenking over vier jaar spreiden. Daarnaast moet de leeftijdsgrens voor de ontvangende partij worden opgetrokken naar 45 jaar. Tot nu toe mag een eenmalige schenking alleen worden gericht aan de leeftijdsgroep van 18 tot 40 jaar.

Bron: Nu.nl

Eindrapport Commissie Huizenprijzen

De Tweede Kamer heeft de tijdelijke commissie Huizenprijzen opdracht gegeven te onderzoeken hoe prijzen en kosten van woningen in Nederland tot stand komen en wat de oorzaken zijn voor het (eventueel) uiteenlopen van kosten en prijzen. De commissie heeft daarbij vooral bekeken welke factoren en actoren hebben bijgedragen aan prijs- en kostenontwikkelingen. De commissie kijkt terug op de periode 1995–2012, trekt conclusies en doet aanbevelingen voor de toekomst. De commissie oordeelt dus niet over het woningmarktbeleid van het huidige kabinet, al kunnen de aanbevelingen die de commissie doet daarvoor wel van belang zijn.

Conclusies

  • Ruim twintig jaar prijsstijging: de vraag steeg, het aanbod reageerde niet. Dat is uniek in de wereld.
  • De prijsstijging werd vooral veroorzaakt doordat we meer gingen lenen. Dit leidde tot een zeepbel. We kregen echter niet meer waar voor het geld.
  • Voor consumenten zijn hypotheekmarkt en woningbouwproductie een black box. Weinig kennis, weinig begrip, weinig invloed.
  • Waarschuwingen voor oplopende hypotheekschuld en grote risico’s waren niet krachtig genoeg, werden niet gehoord, laat staan opgevolgd.
  • De rijksoverheid had kunnen ingrijpen en oververhitting kunnen temperen, maar liet dat na.
  • Er werd bewust gestuurd op schaarste. De opbrengst werd belangrijker dan voldoende bouwen. Niemand nam regie toen bleek dat er onvoldoende werd gebouwd.
  • De concurrentie in de bouw is fors afgenomen.
  • De verkoop van huurwoningen kon niet voor afkoeling zorgen van de koopmarkt.
  • De koopwoning werd steeds minder aantrekkelijk voor huurders.
  • Particulier opdrachtgeverschap kwam niet van de grond. De bouwpolder stond het niet toe.
  • Een historische dip in bouwproductie voorspelt forse prijsstijging in de toekomst.

Zie download onderaan voor volledige rapport. Klik op deze link om bovenstaande conclusies op een interactieve wijze te bekijken.

Bron: Rijksoverheid

Nederlandse inflatie fors hoger

Volgens het CBS behoort Nederland sinds oktober 2012 tot de landen met de hoogste inflatie van de eurozone. Dit komt voor een groot deel door verhogingen van de btw, assurantie- en energiebelasting die in het afgelopen jaar zijn doorgevoerd. De laatste maanden ligt de inflatie in Nederland op het hoogste niveau in ruim tien jaar.

Nederland op een na hoogste inflatie in eurozone
In februari 2013 was de inflatie in Nederland volgens de geharmoniseerde consumentenprijsindex (HICP) 3,2 procent. Dat is aanzienlijk hoger dan het gemiddelde in de eurozone, dat op 1,8 procent uitkwam. Na Estland had Nederland de hoogste inflatie. Sinds in oktober 2012 de btw werd verhoogd, behoort Nederland al tot de landen met de hoogste inflatie. In 2011 behoorde Nederland nog tot de landen met de laagste inflatie.

Hoogste inflatie in ruim tien jaar
De inflatie in Nederland ligt de laatste maanden op het hoogste niveau in ruim tien jaar tijd. Naast de btw-verhoging in oktober, hadden ook andere maatregelen veel invloed op de hogere inflatie. Zo werden in januari 2013 onder andere de assurantie- en energiebelasting hoger en stegen de accijnzen op benzine en tabak. In de periode rond 2001 was er sprake van een nog hogere inflatie. Toen werd het hoge btw-tarief verhoogd naar 19 procent en steeg de energiebelasting fors. Ook de prijzen van voeding en in de horeca stegen toen hard.

Belastingverhogingen belangrijkste oorzaak verschil
Zonder verhoging van de productgebonden belastingen zou de inflatie in januari 2013 bijna de helft lager uitgekomen zijn op 1,7 procent. Alleen in Spanje hebben belastingverhogingen een nog grotere invloed op de inflatie. Griekenland heeft de laagste inflatie in de eurozone;  zonder verhoging van belastingen zou daar zelfs sprake zijn van deflatie.

Nederland nu ver boven doelstelling van 2 procent
De laatste twee jaar is de inflatie in Nederland hoger dan 2 procent en ligt daarmee boven de doelstelling van de Europese Centrale Bank (ECB). Deze streeft ernaar de inflatie in de eurozone dichtbij 2 procent te houden. Nederland voldoet aan deze doelstelling, als de inflatie over een langere periode wordt bekeken. Gemiddeld was de inflatie de laatste tien jaar 1,8 procent.

Bron: CBS

Positieve geluiden IMF over aanpak Nederlandse huizenmarkt door overheid

In een voorlopige conclusie door het IMF wordt gesteld dat de maatregelen die de Nederlandse overheid neemt op de huizenmarkt gepast zijn. De prijsdaling van bijna twintig procent van de huizenprijzen is ‘gezond’ en verloopt ordelijk. Dat stelt de delegatieleider Subir Lall van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) in een voorlopige conclusie over het Nederlandse beleid.

De daling is een van de belangrijkste redenen dat de Nederlandse economie achterblijft bij andere landen die nog steeds de triple-A status hebben. Wanneer die daling ophoudt, kon ook Lall nog niet zeggen. “Huizenprijzen zijn moeilijk te voorspellen en het is lastig aan te geven waar de bodem ligt. Maar het kan relatief snel zijn”, doet hij in een poging wat hoop te geven.

Het slechtste wat de overheid in zijn ogen nu kan doen, is proberen de huizenprijzen te stutten. De markt moet volgens hem zelf een nieuw evenwicht zien te vinden.

Conclusies IMF
Minister Dijsselbloem van Financiën heeft de Tweede Kamer de voorlopige conclusies van de IMF artikel IV-consultatie in Nederland gestuurd, waarbij de status van onder andere de Nederlandse economie, overheidsfinanciën en financiële sector bekeken zijn. (download, pdf 3 pagina’s, Engelse versie)

Bron: De Volkskrant

Nibud over 2013: vrijwel iedereen levert in

2013 is vierde achtereenvolgende jaar van koopkrachtdaling 2013 wordt weer een zwaar jaar voor de portemonnee. Vrijwel iedereen heeft minder te besteden dan in 2012. Het is het vierde jaar op rij waarbij er aan koopkracht wordt ingeleverd. Dit blijkt uit berekeningen van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud). Zware minnen ziet het Nibud bij (vervroegd) gepensioneerden en ouders met kinderen in de kinderopvang. De koopkrachtdalingen kunnen oplopen tot min 7,7%. Het Nibud maakt zich zorgen om deze dalende koopkracht, zeker nu de crisis blijft voortduren. Het zal voor velen lastig zijn ook deze koopkrachtdaling weer op te vangen.

Gepensioneerden leveren het meest in
Flinke koopkrachtdalingen ziet het Nibud bij AOW’ers met een aanvullend pensioen. Zij hebben veel last van het feit dat de pensioenen worden gekort en dat de zorgtoeslag bij een hoger inkomen sneller wordt afgebouwd. Vervroegd gepensioneerden gaan er nog meer op achteruit. Dat komt omdat zij nog niet kunnen profiteren van verschillende regelingen die gelden voor AOW’ers, zoals de verhoging van de ouderenkortingen en verlaging van de zorgpremie over de AOW. Ook werkende ouders met kinderen in de kinderopvang leveren in. Dit komt door de verlaging van de kinderopvangtoeslag.

Bijstandsgerechtigden krijgen het zwaar
Een andere groep die het financieel zwaar krijgt dit jaar zijn de bijstandsgerechtigden. Het netto bijstandsbedrag gaat omlaag. Wel worden ze gecompenseerd door hogere toeslagen. Hierdoor is de koopkrachtdaling minder dan het lijkt. Toch is het Nibud bezorgd om deze groep. Het Nibud ziet dat zij het financieel gezien moeilijk hebben. Nu er voor het vierde jaar op rij een koopkrachtdaling is, kan het lastig worden om te bepalen waarop bezuinigd kan worden. Het gratis Persoonlijk Budgetadvies op Nibud.nl kan hen hierbij op weg helpen.

Hoger netto loon, maar minder koopkracht
Het Nibud waarschuwt mensen zich niet rijk te rekenen als ze het loonstrookje van januari 2013 zien. Het netto inkomen is voor de meesten hoger dan in 2012, maar van dat geld kan minder worden gekocht dan vorig jaar. De prijzen stijgen harder dan de lonen en hoewel er geen belasting meer hoeft te worden betaald over de werkgeversbijdrage van ziektekosten wordt het belastingtarief in de eerste schijf verhoogd van 33,1% naar 37%. Ook is het eigen risico in de zorg verhoogd van 220 naar 350 euro en wordt de zorgtoeslag voor de hogere inkomens sneller afgebouwd. Met de Koopkrachtberekenaar op Nibud.nl kan iedereen uitrekenen hoeveel hij erop voor- of achteruit gaat in 2013.

Vermogen invloed op toeslagen
Het Nibud heeft nog een extra waarschuwing voor huishoudens met veel spaargeld, (meer dan een ton) en die recht op toeslagen hadden in 2012. Voor de zorgtoeslag en het kindgebondenbudget wordt een vermogenstoets ingevoerd. Huishoudens met meer dan 100.000 euro aan spaargeld (heffingsvrij vermogen + 80.000 euro) verliezen het recht daarop. Dit betekent dat zij er nog meer op achteruitgaan en hun spaargeld zouden moeten aanspreken om er maandelijks niet op achteruit te gaan.

Leg geld apart voor het eigen risico
Het Nibud adviseert iedereen geld te reserveren voor eventuele zorgkosten. Nu het eigen risico van de zorgverzekering is verhoogd naar 350 euro, adviseert het Nibud daarvoor een buffer aan te leggen. Zo heeft men altijd geld om deze zorgkosten te betalen, zodra daar gebruik van moet worden gemaakt. Uit eerder onderzoek van het Nibud bleek dat 20% van de huishoudens geen spaargeld heeft. Zij kunnen in de problemen komen als zij ineens het eigen risico moeten betalen.

Voorbeeldberekeningen

De achtergronden bij deze voorbeeldberekeningen vindt u in de bijlage en op Nibud.nl. Daar  vindt u ook voor honderd andere voorbeelden koopkrachtberekeningen (pdf). En met de Nibud Koopkrachtberekenaar (http://www.nibud.nl/omgaan-met-geld/overzicht-houden/koopkrachtberekenaar-2013.html) kan iedereen zijn eigen situatie doorrekenen. De term koopkrachtontwikkeling staat voor de hoeveelheid goederen en diensten die met het netto inkomen kunnen worden gekocht in vergelijking met vorig jaar.

Achtergronden bij de berekeningen
De voorbeeldberekeningen zijn omgerekend naar gemiddelde maandbedragen. Fiscale voordelen, vakantiegeld, kinderbijslag en dergelijke zijn al bij het netto maandbedrag geteld. Bij de bedragen is het Nibud uitgegaan van een inflatie van 2,75 % en bruto loonontwikkeling van 2%. Alle fiscale regelingen van 2012 en 2013 zijn gebruikt. We zijn er vanuit gegaan dat alle toeslagen en inkomensondersteuning worden aangevraagd. Er is geen rekening gehouden met wijzigingen in de bijzondere bijstand of gezondheidssituatie. De hier genoemde huishoudens zijn slechts voorbeelden, waarbij de situatie simpel is gehouden. Er is geen rekening gehouden met specifieke aftrekposten of bijtellingen. In werkelijkheid gebeurt er natuurlijk veel meer in een huishouden. Promotie, veranderen van baan, (gedeeltelijk) stoppen met werken, gezinsuitbreiding e.d. zijn gebeurtenissen die veel meer van invloed zijn op het besteedbare inkomen van huishoudens. Als gevolg van het bovenstaande zullen huishoudens zich nooit helemaal herkennen in de hier gegeven voorbeelden.

Bron: Nibud

Financieel Stabiliteitscomite verwelkomt maatregelen woningmarkt

De hoge hypotheekschulden maken Nederlandse huishoudens en banken kwetsbaar en vormen een belangrijk risico voor de financiële stabiliteit in Nederland. Daarom moet worden vastgehouden aan de voorgenomen hervormingen van de financiering van de eigen woning. Dat is de belangrijkste conclusie van het nieuwe Financieel Stabiliteitscomité, dat op 17 december voor het eerst bijeenkwam. In het comité bespreken vertegenwoordigers van DNB, AFM en het ministerie van Financiën ontwikkelingen op het gebied van de stabiliteit van het Nederlandse financiële stelsel.

Woningmarkt
In de periode tussen 1995 en 2008 stegen de huizenprijzen gemiddeld met 8% per jaar, met uitschieters tot 20% in 2000, en nam de Nederlandse hypotheekschuld toe van 46% tot 103% van het bbp. Deze ontwikkeling was onhoudbaar. De huizenprijzen zijn de afgelopen vijf jaar gedaald en liggen nu 16% onder het piekniveau in 2008. Hierdoor is de betaalbaarheid van woningen verbeterd.

De woningmarkt is van grote invloed op de financiële balansen van zowel huishoudens als banken. Vanuit het oogpunt van financiële stabiliteit is de woningmarkt met name van belang vanwege de hoge schuldquote van Nederlandse huishoudens en de financierbaarheid van de omvangrijke hypothekenportefeuille van de Nederlandse bankensector. De totale schuld van Nederlandse huishoudens ligt rond 135% bbp en is daarmee de op één na hoogste in de eurozone. De hoge schuld maakt huishoudens kwetsbaar voor een daling van de waarde van hun woning. Dit is vooral het geval wanneer zij de aankoop van hun woning volledig met geleend geld hebben gefinancierd, niet of nauwelijks aflossen en nog weinig financieel kapitaal hebben opgebouwd.

Vanwege de omvang van de hypotheekportefeuilles kunnen banken een substantieel deel van deze portefeuilles niet met deposito’s financieren. De relatief grote afhankelijkheid van marktfinanciering die daarvan het gevolg is, maakt banken kwetsbaar. Professionele financiers zijn sinds de crisis minder bereid om te investeren in hypotheekportefeuilles van Nederlandse banken, die daardoor op hun beurt terughoudender zijn bij het verstrekken van hypothecair krediet.

Voor de financiële stabiliteit in Nederland acht het comité het daarom van fundamenteel belang dat deze kwetsbaarheden worden aangepakt. In 2013 worden enkele maatregelen van kracht die daar een substantiële bijdrage aan leveren. Het comité verwelkomt deze maatregelen, omdat zij belangrijke stappen zijn op weg naar een structureel gezondere woning- en hypotheekmarkt.

De graduele verlaging van de LTV-limiet verkleint het restschuldrisico voor gezinnen en banken. Door de hypotheekrenteaftrek voor nieuwe hypotheken te beperken in lijn met volledige annuïtaire aflossing, wordt de fiscale subsidie op schuldfinanciering verminderd en de afhankelijkheid van marktfinanciering van het bankwezen geleidelijk verkleind. Een belangrijk uitgangspunt hierbij is dat van de fiscaliteit geen financiële prikkels meer uitgaan om gedurende de looptijd van de lening niet of slechts gedeeltelijk af te lossen. De combinatie van lagere LTV-limieten en eenvoudiger vormgegeven, meer transparante annuïtaire hypotheekproducten maakt het bovendien aantrekkelijker voor professionele financiers om te beleggen in Nederlandse hypotheekportefeuilles.

Het comité erkent dat deze maatregelen op korte termijn een drukkend effect op de huizenprijzen kunnen hebben, in de transitie naar een nieuw evenwicht. Hierbij dient te worden opgemerkt dat het kabinet enkele aanvullende maatregelen heeft genomen die een ordelijke aanpassing van de woningmarkt bevorderen. Zo blijft de rente op restschulden gedurende 10 jaar aftrekbaar, krijgen banken meer ruimte om rekening te houden met toekomstige inkomensgroei van klanten, is de overdrachtsbelasting permanent verlaagd en kunnen huishoudens met een aflossingsvrije hypotheek nog tot 1 april 2013 hun hypotheek aanpassen en tegen gunstige fiscale voorwaarden extra vermogen opbouwen, waardoor het restschuldrisico afneemt.

Het comité is van mening dat de huidige aanpassing op de woningmarkt noodzakelijk is, evenals de maatregelen gericht op het verminderen van schuldopbouw die begin 2013 van kracht zijn worden. Deze maatregelen zijn nodig om de structurele kwetsbaarheden van Nederlandse huishoudens en banken te verminderen. Het is dan ook van groot belang voor de Nederlandse financiële stabiliteit dat de voorgenomen hervormingen onverkort worden ingevoerd.

Bron: DNB

Toelichting op de term ‘onherroepelijke koopovereenkomst’

Staatssecretaris Weekers en minister Blok geven een toelichting op de overgangsregeling voor koopovereenkomsten die uiterlijk 31 december 2012 zijn getekend en waarbij de hypotheek dan nog ‘niet’ verplicht annuïtair afgelost hoeven te worden (behoudens voorwaarden NHG / geldverstrekker of gegeven advies).

“Met de term «onherroepelijk» is ervoor gekozen om zoveel mogelijk zekerheid te verschaffen door met het gebruik van deze term aan te sluiten bij het overgangsrecht zoals dat gold zowel ten tijde van de invoering van de bijleenregeling in 2004 als ten tijde van de afschaffing van de goedkoperwonenregeling in 2010. Ook onder het toenmalige overgangsrecht diende er sprake te zijn van een onherroepelijke schriftelijke koopovereenkomst. Net als toen geldt derhalve voor een beroep op het huidige overgangsrecht dat sprake moet zijn van reële overeenkomsten waardoor betrokken partijen onherroepelijk gebonden zijn. Het ontmoet echter geen bezwaar als dergelijke overeenkomsten een normale ontbindingsclausule bevatten. De beleidsmatige uitwerking van deze bepaling zoals toen was opgenomen in het besluit van 20 februari 2007 en is voortgezet in het besluit van 26 augustus 2010 geldt derhalve ook voor het thans voorgestelde overgangsrecht.

De schriftelijke overeenkomst moet uiterlijk op 31 december 2012 tot stand zijn gekomen. Bij nieuwbouwwoningen is daarvan sprake zodra de koop-aannemingsovereenkomst waarbij over en weer verplichtingen worden aangegaan gesloten is. Ook moet de koopprijs in de overeenkomst zijn vastgesteld. Deze overeenkomsten mogen een gebruikelijke ontbindingsclausule bevatten. Het gebruikelijke financieringsvoorbehoud en de wettelijke bedenktijd van drie dagen worden beschouwd als dergelijke clausules en deze doen derhalve niet af aan de onherroepelijkheid van de overeenkomst. Bij nieuwbouw zijn diverse ontbindingsclausules en opschortende voorwaarden mogelijk. In de praktijk is het bijvoorbeeld gebruikelijk om een overeenkomst aan te gaan onder de opschortende voorwaarde dat de ondernemer op een bepaald tijdstip ten minste een bepaald percentage van de woningen van het project heeft verkocht. Ook kan als voorwaarde gelden dat een bouwvergunning wordt afgegeven of dat de grond door de ondernemer in eigendom wordt verworven. Dergelijke voorwaarden hoeven in beginsel geen belemmering te zijn voor toepassing van het overgangsrecht, mits het gebruikelijke voorwaarden zijn waarvan de vervulling zich onttrekt aan de invloedssfeer van de koper. In alle gevallen geldt het overgangsrecht alleen als de woning ten gevolge van die overeenkomst daadwerkelijk wordt gekocht en aansluitend aan de levering als eigen woning gaat dienen.”

Bron: Rijksoverheid

Voorgestelde veranderingen voor hypotheken

Wat zijn de voorgestelde veranderingen voor hypotheken?

Let op!

Onderstaande informatie is gebaseerd op de gepubliceerde stukken per 14 november 2012. Het verdere wetgevingsproces dat de voorstellen uit het regeerakkoord nader moet vormgeven is nog niet afgerond. Wanneer de Eerste Kamer instemt met de voorgelegde plannen is duidelijk hoe de voorstellen verder zullen worden vormgegeven.

Wat verandert er per 1 januari 2013 voor een hypotheek die is ingegaan vóór 1 januari 2013?
Voor deze hypotheek verandert niets. De aftrekbaarheid van hypotheekrente voor deze hypotheken is ongewijzigd. Het percentage waartegen de hypotheekrente aftrekbaar is daalt wel vanaf 1 januari 2014. Dit geldt voor alle hypotheken. Zie het antwoord op vraag 8.

 Een hypotheek gaat in vanaf 1 januari 2013. Is de hypotheekrente aftrekbaar?
Vanaf 1 januari 2013 is de hypotheekrente alleen nog aftrekbaar als het annuïteiten of lineaire hypotheek is. De looptijd mag maximaal dertig jaar zijn.

Een bestaande woning is gekocht in 2012. De hypotheek gaat in na 1 januari 2013. Is de rente aftrekbaar?
De rente is aftrekbaar als de onherroepelijke schriftelijke koopovereenkomst is getekend op uiterlijk 31 december 2012. De gebruikelijke ontbindingsvoorwaarden kunnen daarbij aangehouden worden (bijvoorbeeld bedenktermijn van drie dagen of voorbehoud van financiering). De hypotheek moet ingaan vóór 1 januari 2014.

Een nieuwbouw woning is gekocht in 2012. De hypotheek gaat in na 1 januari 2013. Is de rente aftrekbaar?
De rente is aftrekbaar als de koop-aanneemovereenkomst is gesloten op uiterlijk 31 december 2012. De ontbindende voorwaarden hoeven niet te zijn verstreken (bedenktermijn van drie dagen, voorbehoud van financiering). Opschortende voorwaarden (bijvoorbeeld minimaal percentage verkochte woningen voordat een project doorgaat of verstrekking van bouwvergunning) hoeven niet te zijn verstreken. De hypotheek moet ingaan vóór 1 januari 2014.

De rente van een hypotheek is aftrekbaar. Blijft deze rente aftrekbaar bij verhuizing?
Ja. De rente op deze bestaande hypotheek blijft aftrekbaar. De aflossingsvorm van de bestaande hypotheek hoeft niet gewijzigd te worden. Bij een verhoging vanaf 1 januari 2013 is de rente van het extra hypotheekbedrag alleen aftrekbaar als dit extra leningdeel een annuïteiten of lineaire hypotheek is. De maximale looptijd is dertig jaar.

De rente van een hypotheek die bestaat op 31 december 2012 is aftrekbaar. Blijft deze rente aftrekbaar bij oversluiten vanaf 1 januari 2013?
Ja. Deze bestaande hypotheek blijft aftrekbaar. De aflossingsvorm van de bestaande hypotheek hoeft niet gewijzigd te worden.

Gelden er afwijkende regels voor Nationale Hypotheek Garantie?
Nee. Bovenstaande antwoorden gelden ook voor Nationale Hypotheek Garantie.

Wat verandert er per 1 januari 2014 voor het percentage waartegen rente kan worden afgetrokken?
Het percentage waartegen de rente in aftrek kan worden gebracht wijzigt. Met ingang van 1 januari 2014 daalt dit aftrekpercentage ieder jaar met een half procent. De hoogte van het percentage belastingvoordeel hangt af van de hoogte van het inkomen. Hoe hoger het inkomen, hoe hoger het percentage. Dit geldt voor alle hypotheken.

De verkoopprijs van de oude woning is lager dan de hypotheek. Er is een restschuld. Is de rente over deze restschuld aftrekbaar?
De rente over de restschuld is vanaf 2014 maximaal 5 jaar aftrekbaar. Dit geldt voor restschulden die zijn ontstaan in de periode van 29 oktober 2012 tot en met 31 december 2017. Aflossen van de restschuld is geen voorwaarde om de rente af te trekken. Na 5 jaar is de rente niet meer aftrekbaar. Voor het financieren van restschulden gelden de bestaande acceptatienormen.

Is een hypotheek voor een verbouwing aftrekbaar vanaf 1 januari 2013?
Ja. De rente over het extra te lenen bedrag is aftrekbaar. Dit extra bedrag dient een annuïteiten of lineaire hypotheek te zijn. De looptijd is maximaal dertig jaar.

Hoe hoog mag een nieuwe hypotheek zijn in vergelijking met de waarde van de woning?
In 2012 is de maximale financiering 106% van de waarde van de woning. De kosten koper kunnen tot 2012 dus volledig worden meegefinancierd. Voor hypotheken die na 2012 ingaan is dit lager. De maximale verstrekking wordt vanaf 2013 ieder jaar 1% lager tot aan 2018. In 2013 is de maximale financiering dus maximaal 105% van de waarde van de woning. Vanaf 1 januari 2018 is de maximale financiering 100% van de waarde van de woning. De kosten koper moeten dan volledig uit eigen middelen worden betaald.

Er is een nieuwe woning gekocht maar de oude woning is nog niet verkocht. Hoe lang is de hypotheekrente
op de oude woning aftrekbaar?

De hypotheekrente van de oude woning is aftrekbaar in het kalenderjaar dat de woning te koop is gezet plus de drie volgende kalenderjaren. Vanaf 2013 is deze termijn gelijk aan het lopende kalenderjaar plus twee jaar.

Wat gebeurt er met de overdrachtsbelasting?
Het percentage overdrachtsbelasting is blijvend verlaagd tot 2%.