Berichten

Belangrijkste wijzigingen belastingplan

Op 22 december 2015 heeft de Eerste Kamer ingestemd met het Belastingplan 2016. Dat betekent dat de belastingtarieven wijzigen per 1 januari. In het eindejaarsbericht van het ministerie van Financiën staan de belangrijkste (cijfermatige) wijzigingen in de rijksbelastingen per 1 januari 2016.

Download “Belangrijkste wijzigingen belastingen 2016” (pdf, 38 pagina’s)

Sociale verzekeringen
Per 1 januari 2016 worden de Participatiewet (voorheen WWB), IOAW en IOAZ, AOW, Anw, Wajong, WW, WIA, WAO, ZW en TW aangepast als gevolg van de stijging van het wettelijk minimumloon per 1 januari 2016. Dit komt doordat deze uitkeringen gekoppeld zijn aan het wettelijk minimumloon. Het minimumloon stijgt van € 1.507,80 naar € 1.524,60 bruto per maand.

De uitkeringsbedragen per 1 januari 2016 vindt u hier (pdf, 7 pagina’s)

Bron: Rijksoverheid

CBS: Zelfstandige verdient gemiddeld 38.000 euro

Het persoonlijk inkomen van zelfstandigen was in 2014 gemiddeld 38 duizend euro per jaar. Zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) zaten daar net onder met 34 duizend euro. Zelfstandigen met personeel (zmp’ers) verdienden gemiddeld meer met 51 duizend euro. De topverdieners onder zelfstandigen zijn de directeur-grootaandeelhouders (dga’s) met 67 duizend euro. Dat maakte CBS bekend.

Niet alleen het gemiddeld persoonlijk inkomen van dga’s was het hoogst, maar ook het gestandaardiseerd huishoudinkomen. Daarin wordt het persoonlijk inkomen van de partner meegenomen. Meewerkende gezinsleden en overige zelfstandigen hebben veelal een laag persoonlijk inkomen. Zij kunnen dit deels compenseren met het inkomen van de partner. Ter vergelijking: het gemiddeld persoonlijk inkomen van werknemers is 39 duizend euro, het huishoudinkomen 29 duizend euro.

Nederland telde vorig jaar bijna 1,1 miljoen zelfstandigen die hun hoofdinkomen als zelfstandige verdienen. Daarvan zijn er bijna 800 duizend zzp’er. Naast de zelfstandigen zijn er 6,1 miljoen werknemers.

Hoogste inkomens in financiële dienstverlening
Zzp’ers verdienden het meest in de financiële dienstverlening. Dit zijn met name de dga’s zonder personeel. Zij worden op afstand gevolgd door zzp’ers in de zorg. Het minst wordt verdiend in de bedrijfstak cultuur, recreatie en overige diensten. Zmp’ers verdienden het meest in de gezondheidszorg, gevolgd door de financiële dienstverlening.

Meeste zzp’ers werken in zakelijke dienstverlening
De bedrijfstak waarin de meeste zzp’ers werken – 1 op de 5 – is de zakelijke dienstverlening, gevolgd door de bouw en handel. Van degenen met personeel is 27 procent werkzaam in de handel, gevolgd door de zakelijke dienstverlening en de horeca.

In de verhuur en handel onroerend goed en vervoer en opslag zijn de minste zelfstandigen actief.

Bron: CBS

Tempo van herstel woningmarkt versnelt

Al vier kwartalen op rij stijgt de gemiddelde woningwaarde. Ten opzichte van een jaar geleden zijn de woningen in Nederland gemiddeld met 3,5% in waarde gestegen. Calcasa analyseerde dit kwartaal alle 12 duizend buurten en deelde de prijsontwikkeling in naar drie categorieën: (i) buurten met een prijsdaling, (ii) buurten met een prijsstijging tot 5%, en (iii) buurten met een prijsstijging van meer dan 5%.

Tempo herstel
Op basis van deze analyse concludeert Calcasa dat het tempo van herstel de afgelopen kwartalen versnelt; in 89,9% van alle buurten stijgt de gemiddelde woningwaarde.
De woningmarkt herstelt zich van de crisis van de afgelopen jaren met een landelijke prijsstijging van 3,5%.
Positieve uitschieters zijn de regio Haarlem met een prijsstijging van 9,3% en de regio GrootAmsterdam met een prijsstijging van 7,8%. Calcasa analyseert elk kwartaal de woningprijzen met de WOX woningprijsindex. Dit kwartaal is met de WOX voor alle 12 duizend buurten in Nederland een gedetailleerde analyse van de prijsontwikkelingen gemaakt.

Klik hier voor download kwartaalbericht (pdf, 24 pagina’s)

Bron: Calcasa

WOZ-waarde volgt waardeontwikkeling bestaande koopwoningen

Het CBS meldt dat de gemiddelde WOZ-waarde van woningen op 1 januari 2014 met ruim vijf procent is gedaald vergeleken met 2013. De gemiddelde woningwaarde bedraagt nu 211 duizend euro en ligt daarmee onder het niveau van 2007.

WOZ-waarde fors gedaald in 2013
De WOZ-waarde was in 2010 het hoogst, met gemiddeld 242 duizend euro per woning. Daarna begon de WOZ-waarde te dalen; in 2013 was met 5,4 procent de daling het grootst. De gemiddelde WOZ-waarde van woningen ligt nu net onder het niveau van 2007.

Grote regionale verschillen
In de provincie Utrecht is de gemiddelde WOZ-waarde met 249 duizend euro het hoogst, gevolgd door Noord-Holland en Noord-Brabant met respectievelijk 235 duizend euro en 232 duizend euro. De provincie Groningen kent de laagste gemiddelde woningwaarde (159 duizend euro). De daling van de WOZ-waarde was het sterkst in Friesland met 6,6 procent en in Zeeland het minst met 1,1 procent.

WOZ-waarde volgt de huizenprijs
De WOZ-waarde volgt de prijsontwikkelingvan bestaande koopwoningen met ongeveer een jaar vertraging. Deze vertraging komt doordat woningen die op 1 januari van een jaar aanwezig zijn in de woningvoorraad, worden getaxeerd naar de waarde van 1 januari van het voorgaande jaar. De huizenprijzen waren in 2008 het hoogst, daarna is de daling ingezet. De WOZ-waarde nam in 2009 nog toe en daalde vanaf 2010. De prijzen van bestaande koopwoningen daalden het sterkst in 2012, gevolgd door de grootste daling van de WOZ-waarde een jaar later.

Bron: CBS

S&P positief over woningmarkt

In de kwartaalrapportage van Standard & Poors (S&P) worden de voorspellingen voor de Nederlandse huizenprijzen opwaarts bijgesteld. De Nederlandse prijzen voor woningen zullen tot en met 2016 blijven stijgen, stelt S&P.

Eerder rekende S&P voor dit jaar op een stijging van 1%. Deze is nu naar 2% verhoogd. Vorig jaar juni was de prognose over 2014 nog een daling van 1%.

Voor volgend jaar wordt een stijging van 2 procent verwacht en voor 2016 zelfs een groei van 2,5%. Vanwege de verbetering van de economie, toegenomen betaalbaarheid van woningen. DNB gaat voor 2016 zelfs uit van 3%.

De zwakke bouwactiviteiten beïnvloeden het structurele huizenaanbod. Doordat er weinig nieuwe woningen worden gebouwd, kunnen de huizenprijzen nog wel verder stijgen.
Het herstel noemt S&P nog wel “heel recent en kwetsbaar”.

Bron: NU.nl

Inflatie weer omlaag

De inflatie in mei was 0,8 procent. Na een stijging in april is de inflatie terug op het niveau van maart. Goedkopere vakanties en voedingsmiddelen verlaagden de inflatie. Autobrandstoffen werden duurder. Dit heeft het CBS bekendgemaakt.

Inflatie terug naar het niveau van maart
Consumenten waren in mei 2014 gemiddeld 0,8 procent duurder uit dan in mei 2013. In april sprong de inflatie even naar 1,2 procent door een piek in de prijzen van vliegtickets en vakantieaccommodatie, vanwege de hogere vraag tijdens Pasen. In mei nam de vraag weer af en daarmee zakten de prijzen. De inflatie in mei staat nu op hetzelfde niveau als in maart. De laatste maanden schommelt de inflatie rond de 1 procent. Dat is sinds het begin van 2010 niet meer voorgekomen.

Voeding goedkoper, autobrandstoffen duurder
Voedingsmiddelen hadden een verlagend effect op de inflatie. Vooral verse groenten en fruit waren gemiddeld goedkoper dan een jaar eerder. Vorig jaar lagen de prijzen van deze producten relatief hoog als gevolg van de strenge winter. Afgelopen winter was juist zacht en daardoor lagen de prijzen een stuk lager dan een jaar eerder.
Duurdere benzine had in mei een verhogend effect op de inflatie. Benzineprijzen zijn sinds september 2013 niet zo hoog geweest.

Inflatie in Nederland lager dan in Eurozone
Om de inflatie tussen de EU-landen met elkaar te kunnen vergelijken, wordt deze ook berekend met de Europees geharmoniseerde consumentenprijsindex (HICP). In mei is de Nederlandse inflatie volgens de HICP gedaald naar 0,1 procent. Dat is lager dan het gemiddelde van 0,5 procent in de eurozone. Volgens de ECB is er sprake van prijsstabiliteit als de inflatie onder maar dicht bij 2 procent ligt. Vanaf februari 2013 ligt de inflatie in de eurozone onder de 2 procent. Op grond van de lage inflatie in de afgelopen periode heeft de ECB donderdag 5 juni besloten haar rentetarieven te verlagen.

Bron: CBS

S&P stelt prognoses Nederlandse huizenmarkt bij

In het kwartaalrapport van de internationale kredietbeoordelaar Standard & Poor’s (S&P) verwacht S&P dat de huizenprijzen in Nederland dit jaar licht met 1 procent en volgend jaar met 2 procent zal stijgen. Na vijf jaar daling van de huizenprijzen, lijkt de markt zich nu weer te stabiliseren.

Een herstel van de huizenmarkt wordt nog geremd door de matige economische groei (raming S&P voor dit jaar 0,8%).
De hoge schuld van Nederlandse huishoudens heeft invloed op het herstel van de huizenmarkt. Met een schuldratio van 126% van het bruto binnenlands product (bbp) laat herstel nog op zich wachten.

Verder signaleert S&P als pluspunt een toenemende betaalbaarheid van huizen en meer stabiliteit van het fiscale hervormingsbeleid.

Sparen
Volgens het ratingbureau sparen huishoudens meer om hiermee hun hypotheek af te lossen. Banken gaven eerde al aan dat een deel van het opgenomen spaargeld (afgelopen 12 maanden) gebruikt is voor extra aflossingen.

Bouwvergunningen
De verminderde vraag naar bouwvergunningen en afgenomen aantallen voor nieuwbouw, hebben een positieve invloed op de ontwikkeling van de huizenprijzen.

 

Bron: RTL

NVM: Daling huizenprijs in grote delen Nederland gestopt

Het 1ste kwartaal van 2014 laat voor het eerst in drie jaar een lichte prijsstijging zien. De huizenprijzen liggen 1,2% hoger dan een jaar geleden. Vorig kwartaal was er nog sprake van een lichte prijsdaling van -0,8%. NVM-voorzitter Ger Hukker: “Omdat de prijzen de afgelopen kwartalen steeds minder hard daalden, kondigde het einde van de prijsdaling zich al aan. Prijsherstel heeft nu zijn intrede gedaan maar er zijn regionaal en bij de verschillende huistypes grote verschillen.

Aantal transacties begin 2014 opvallend goed
In 2013 liet de tweede helft van het jaar een  herstel van het aantal woningverkopen zien, in 2014 zet dat herstel verder door. Niet eerder in de afgelopen 5 jaar zijn er in het eerste kwartaal zo veel woningen verkocht door NVM-makelaars: 24.360. In de totale markt zijn er naar schatting 32.700 woningen verkocht.  De gemiddelde verkooptijd van de verkochte woning bedroeg 159 dagen.

Prijsdaling in veel regio’s ten einde
Na een periode van meer dan drie jaar is de prijsdaling in een groot deel van de regio’s ten einde. Hukker: “Er is dit kwartaal sprake van een lichte stijging van de transactieprijs ten opzichte van een jaar eerder. Dit gegeven ondersteunt de idee dat het herstel nu voorzichtig doorzet.” De prijs van de gemiddeld verkochte woning is in het 1ste kwartaal uitgekomen op 209.000 euro. De prijsontwikkeling van verkochte woningen komt uit op een stijging van 1,2%.
Wat wel opvalt is het nivelleren van de prijzen. Zo dalen de prijzen van de vrijstaande woningen nog (-1%) en ook Tweekappers blijven met een prijsontwikkeling van precies 0% wat achter.

De populaire starters woningen zoals de tussenwoningen (0,5%), hoekwoningen (2,2%) en appartementen (2,9%) stijgen daarentegen weer in prijs. Het appartement is het woningtype dat in de afgelopen jaren het minst hard in prijs is gedaald en laat nu ook weer duidelijk prijsherstel zien. Een vrijstaande woning is verkocht voor gemiddeld 334.000 euro, een appartement voor 164.000 euro.

Aanbod te koop staande woningen daalt door meer verkopen en stabiele instroom van nieuw aanbod
In vergelijking met een jaar eerder staan nu 8,1% minder woningen in aanbod. De aanboddaling wordt daarmee steeds sterker. Halverwege het 1ste kwartaal 2014 (de peildatum voor het aanbod) stonden 155.568 woningen te koop bij NVM-makelaars. In de totale bestaande koopwoningmarkt gaat het dan naar schatting om 209.000 woningen in aanbod. Vooral de daling van de tussenwoning (12,0%) en hoekwoningen (11,8%) is sterker dan gemiddeld. De daling in aanbod onder appartementen is met 9,3% in een jaar tijd vergelijkbaar met het gemiddelde. Theoretisch gezien duurt het nu 1 jaar en 8 maanden om het huidige aanbod van woningen te verkopen (uitgaande van de veronderstelling dat er geen nieuw aanbod bij zou komen en de aantallen verkopen op het huidige niveau blijven). Op het dieptepunt van de markt was dit 2 jaar en bijna 2 maanden.

Vraagprijs te koop staande woning daalt
De prijsdaling van appartementen (-2,7%) en vrijstaande woningen (-2,6%) is het sterkst, die van hoekwoningen (-1,2%) het minst sterk. De vraagprijs van de gemiddeld te koop staande woning bedraagt halverwege het 1ste kwartaal van 2014 272.000 euro. De vraagprijs van het gemiddelde appartement bedraagt 175.000 euro, terwijl de vraagprijs van de gemiddeld vrijstaande woning 435.000 euro bedraagt.

Niet iedereen profiteert van herstel woningmarkt
De opleving van de woningmarkt verhult het feit dat een groot deel van de woningmarkt nog steeds in de malaise zit. 54 procent van het woningaanbod staat al een jaar of langer in aanbod, 1 op de 6 woningen van het aanbod 3 jaar of langer. “Als je die groep woningen gaat analyseren, dan zitten daar verhoudingsgewijs veel vrijstaande woningen veel dure woningen en veel woningen in de landelijke gebieden in. Daarin zie je de trek van platteland naar stad duidelijk terug”, aldus Hukker.
Ook opvallend blijkt de oververtegenwoordiging van woningen, die na 1990 zijn gebouwd, in het aanbod dat al 3 jaar of langer te koop staat. Hukker: “Het langdurige aanbod baart mij zorgen. Het is de vraag of deze woningen, zelfs in deze oplevende markt, een koper gaan vinden.”
Uit onderzoek blijkt ook dat woningen die al lang in het aanbod staan veelal een vraagprijs hebben die ver boven de marktwaarde ligt. “Vaak kunnen verkopers door restschuldproblematiek niet verder met de prijs zakken. Zonder hun vraagprijs te verlagen zullen ze echter niet snel een koper vinden”, meent Hukker.

Bron: NVM

Maatregelen woningmarkt 2014 aanvaard

De Eerste Kamer heeft op dinsdag 17 december 2013 na een intensief debat met minister Blok voor Wonen en Rijksdienst en staatssecretaris Weekers van Financiën het wetsvoorstel Maatregelen Woningmarkt 2014 II aanvaard met 38 stemmen voor (VVD, PvdA, D66, ChristenUnie en SGP) en 37 tegen (PVV, SP, 50PLUS, OSF, PvdD en GroenLinks). Op grond van dit wetsvoorstel wordt onder meer met ingang van 1 januari 2014 jaarlijks een heffing aan de verhuurders opgelegd. Met het wetsvoorstel wordt uitvoering gegeven aan de in het woonakkoord neergelegde afspraken omtrent de verhuurderheffing vanaf het begin van het kalenderjaar 2014.

In het debat werd door woordvoerders van de PvdA, CDA, SP, GroenLinks, PVV, OSF, PvdD en 50PLUS ernstige zorgen geuit over de gevolgen van deze heffing voor de woningmarkt.

Vanwege de oplopende tegenstelling rondom de verhuurdersheffing werd het debat meermaals geschorst en werd er tussentijds een brief van minister Blok aan de leden van Eerste Kamer gestuurd waarin hij een aantal aanpassingen in de wet aankondigde. Blok zegde toe de wet voor begin 2016 fundamenteel te evalueren. Tot die tijd zal nauw worden gemonitord of er aanleiding is om toch tot een investeringsfonds te komen. Wanneer de situatie op de woningmarkt noopt tot aanpassingen in het systeem van de verhuurderheffing, dan zal de minister hiertoe stappen ondernemen. Een verlaging van het tarief van de heffing per 2017 en het opzetten van een investeringsfonds behoren daarbij tot de mogelijkheden. Daarnaast zal de minister voor eind 2014 komen met een uitwerking van de wooncoöperatie, een zelforganisatie van zowel kopers als huurders.

De woordvoerder van de PvdA-fractie Duivesteijn gaf aan dat hij door de tegemoetkomingen van de minister voldoende aanleiding zag om het wetsvoorstel toch te steunen.

Klik hier voor Wet maatregelen woningmarkt 2014 II

Bron: Eerste Kamer

Weer meer woningen verkocht

Het Kadaster meldt dat zij in november 2013 10.576 verkochte woningen heeft geregistreerd. Dit is een stijging van 7,6% ten opzichte van november 2012 (9.833). Vergeleken met de voorgaande maand, oktober 2013, is er sprake van een stijging: 6,5%. Het Kadaster registreerde toen 9.929 verkochte woningen.

Woningtypen
Vergeleken met november vorig jaar zien we een stijging van het aantal geregistreerde verkochte woningen bij alle woningtypen. Appartementen stijgen het meest met 11,2%. Bij tussenwoningen is de stijging het minst groot met 3,5%. Ten opzichte van de vorige maand, oktober 2013, stijgen alle woningtypen. De grootste stijging is hier te zien bij de tussenwoningen met 7,8%. Bij hoekwoningen is de stijging het minst groot met 2,8%.

Provincies
Ten opzichte van november 2012 stijgt het aantal geregistreerde verkochte woningen in alle provincies behalve in Limburg (-3,7%) en Zeeland (-8,2%). De stijging is het grootst in Friesland met 19,2%. Vergeleken met oktober 2013 laten alle provincies een stijging zien, behalve Zeeland (-2,0%) en Drenthe (-4,6%). In Flevoland was de stijging het grootst met 24,9%.

Hypotheken
Het aantal geregistreerde hypotheken nam in november 2013 met 1,1% af ten opzichte van november 2012, van 16.103 naar 15.918. Vergeleken met oktober 2013 (14.972) is er een stijging van 6,3%.

Executieveilingen
In november 2013 vonden 197 executieveilingen plaats. Dit is een daling van 23,9% ten opzichte van november 2012 (259).

Bron: Kadaster