De waarde van een bouwstijl

Uit de studie ‘De waarde van Stijl’ (PBL / ASRE) blijkt dat woningbezitters bereid zijn meer te betalen voor dit type architectuur en de associaties die daarmee zijn verbonden.

Nieuwbouwwoningen in een historiserende bouwstijl zijn dan ook 5 tot 14 procent duurder dan andere typen woningen, maar ze blijken niet waardevaster.

Download hier het rapport  (pdf, 31 pagina’s)

De prijsanalyse is gericht op de 86 Vinex-uitbreidingswijken die Nederland rijk is. Er is onderscheid gemaakt tussen ‘neotraditionele’ en ‘verwijzend naar traditionele’ bouwstijlen. De neotraditionele stijl is in alle opzichten (qua gebouwvorm, gevelcompositie en detaillering) een nabootsing van bouwstijlen uit het verleden. Bij ‘verwijzend naar’ wordt vrijer omgegaan met de historische stijl. Vaak worden bij deze woningen wel de gebouwvorm en gevelcompositie nagebootst, maar ontbreekt de detaillering.

Hogere prijzen, maar niet waardevaster
De prijsanalyse laat zien dat woningen die ‘verwijzen’ naar bouwstijlen uit het verleden gemiddeld 5 procent duurder zijn dan niet-traditionele woningen en dat neotraditionele woningen maar liefst 14 procent boven de prijs van woningen met een niet-traditionele bouwstijl liggen. In het laatste geval kan een deel van het prijsverschil vermoedelijk voor een deel worden verklaard door het materiaalgebruik en de mate van detaillering en dus hogere bouwkosten.

Uit het onderzoek blijkt verder dat de bouwstijl geen effect heeft op de waardeontwikkeling van de woning; sinds het begin van de crisis zijn woningen met verschillende bouwstijlen in vergelijkbare mate in prijs gedaald. Bij de analyse is rekening gehouden met het feit dat woningen in een historiserende stijl (zowel de zuivere als de vrijere vormen) gemiddeld groter zijn en mogelijkerwijs aantrekkelijker gelegen.

Vraag, aanbod en de rol van de overheid
De extra prijs die voor neotraditionele architectuur wordt betaald, impliceert voor een deel dat het aanbod van nieuwe woningen onvoldoende reageert op de vraag. Ontwikkelende partijen zouden meer aandacht moeten besteden aan de wensen van woningzoekenden, niet alleen in de huidige tijd waarin de woningmarkt vooral een vragersmarkt is, maar ook wanneer sprake is van een aanbiedersmarkt.

De overheid kan op twee manieren eraan bijdragen dat het aanbod beter en sneller aansluit op de vraag. De eerste is dat de overheid ervoor kan zorgen dat er op plekken met relatief veel vraag naar woningen, vooral in het noordelijk deel van de Randstad, voldoende planologische ruimte wordt geboden aan woningbouw. De tweede is door marktconcentratie in de woningontwikkelingsmarkt tegen te gaan door concurrentie tussen woningaanbieders te stimuleren. Vlak voor de crisis ontwikkelde de top 5 van woningontwikkelaars ongeveer een derde van de woningen, wat neerkomt op een sterke marktconcentratie. Die sterke concentratie is mede in de hand gewerkt door de manier waarop gebiedsontwikkelingen werden aangepakt, namelijk grootschalig en integraal. Slechts een handjevol grote ontwikkelaars kunnen dergelijke ontwikkelingen ter hand nemen. Wanneer gemeenten ervoor kiezen om meer en kleinere gebieden voor woningbouw te bestemmen, dan ontstaat ruimte voor meer en andere woningaanbieders. Dit kan bijdragen aan een woningaanbod dat beter tegemoetkomt aan de vraag.

Bron: PBL

S&P positief over woningmarkt

In de kwartaalrapportage van Standard & Poors (S&P) worden de voorspellingen voor de Nederlandse huizenprijzen opwaarts bijgesteld. De Nederlandse prijzen voor woningen zullen tot en met 2016 blijven stijgen, stelt S&P.

Eerder rekende S&P voor dit jaar op een stijging van 1%. Deze is nu naar 2% verhoogd. Vorig jaar juni was de prognose over 2014 nog een daling van 1%.

Voor volgend jaar wordt een stijging van 2 procent verwacht en voor 2016 zelfs een groei van 2,5%. Vanwege de verbetering van de economie, toegenomen betaalbaarheid van woningen. DNB gaat voor 2016 zelfs uit van 3%.

De zwakke bouwactiviteiten beïnvloeden het structurele huizenaanbod. Doordat er weinig nieuwe woningen worden gebouwd, kunnen de huizenprijzen nog wel verder stijgen.
Het herstel noemt S&P nog wel “heel recent en kwetsbaar”.

Bron: NU.nl

Hypotheekpilot ZZP’ers uitgebreid

Hypotheekpilot zzp’ers uitgebreid

Redactie InFinance | Datum: 10-07-14

De huidige pilot waarbij huizenkopers met een flexibel arbeidscontract gemakkelijker een hypotheek af kunnen sluiten, zal worden uitgebreid. Vooralsnog maakten duizend ZZP’ers en flexmedewerkers onderdeel uit van de pilot. Dit aantal zal nu uitgebreid worden met nog eens tienduizend personen.

De proef is begin dit jaar gestart op intitiatief van Randstad, Obvion Hypotheken en Vereniging Eigen Huis. Gezamenlijk hebben deze partijen een ‘perspectiefverklaring’ ontwikkeld. Bij een dergelijke verklaring zijn de vooruitzichten op werk leidend in plaats van enkel het arbeidsverleden. Hiermee komen flexwerkers gemakkelijker in aanmerking voor een hypotheek. Nu is het voor deze groep moeilijk om een hypotheek af te sluiten doordat geldverstrekkers veel waarde hechten aan een werkgeversverklaring. Nu wordt er dus gewerkt aan een alternatief hiervoor in de vorm van de perspectiefverklaring.

Ook Stichting Waarborgfonds Eingen Woningen heeft zich inmiddels aangesloten bij de pilot. Deze stichting versterkt de Nationale Hypotheek Garantie (NHG). De stichting werkt mee aan de pilot zonder vooraf voorwaarden te stellen.

De pilot loopt nog tot 1 oktober 2014, waarbij alleen geselecteerde werknemers met een flexcontract bij Randstad deelnemen.

 

Tijdelijk verruimde schenkvrijstelling succesvol

Tijdelijk verruimde schenkvrijstelling succesvol

Staatssecretaris Wiebes van Financiën antwoordt op Kamervragen naar aanleiding van een eerdere brief over fiscale moties. Ook wordt ingegaan op de tijdelijk verhoogde schenkvrijstelling.

Gebruik tijdelijke verruimde vrijstelling

Verder vragen de leden van de fractie van het CDA of ik een inschatting kan maken hoeveel gebruik is gemaakt van de tijdelijke verruimde vrijstelling van schenkbelasting. Tijdens het AO koopsector van 11 juni jongstleden vroegen de leden van de fractie van de PvdA daar ook naar. Zij vroegen voor welk totaalbedrag belastingvrij is geschonken, wat de gemiddelde schenkingsbedragen zijn en waar de schenkingen aan zijn besteed. De Minister voor Wonen en Rijksdienst heeft daarop toegezegd bij de Belastingdienst na te gaan of dergelijke gegevens bekend zijn. Tot nu toe heeft de Belastingdienst circa 50.000 aangiften ontvangen die betrekking hebben op de tijdelijk verruimde vrijstelling. Informatie over de omvang van de geschonken bedragen zal beschikbaar komen nadat de aangiftegegevens zijn verwerkt in de systemen van de Belastingdienst. Een redelijk compleet beeld hiervan zal naar verwachting in de loop van 2015 beschikbaar komen. Bij een beroep op de verruimde vrijstelling voor schenkingen in het kader van de eigen woning wordt in de aangifte niet uitgevraagd waarvoor de geschonken bedragen specifiek worden gebruikt (bijvoorbeeld voor aflossing van een schuld of voor de aankoop van een woning). Dergelijke informatie over de schenkingen zal dus niet op grond van de aangiftegegevens verstrekt kunnen worden. Voor een indicatief beeld kan ik u wijzen op de inschattingen die vanuit het notariaat op basis van enquêtes naar buiten zijn gebracht.

Vrijstelling schenkbelasting en boeterente banken
In het kader van de tijdelijk verruimde vrijstelling van schenkbelasting voor de eigen woning vragen de leden van de fractie van het CDA of het mogelijk is om een gift van bijvoorbeeld € 60.000 te gebruiken om € 30.000 op de hypotheekschuld af te lossen in 2014 en € 30.000 in januari 2015. Dit is uiteraard mogelijk, maar alleen de eerste € 30.000 is in dat geval volledig vrijgesteld van schenkbelasting (indien aan alle voorwaarden voor de vrijstelling is voldaan). De tijdelijk verruimde vrijstelling geldt alleen voor schenkingen die uiterlijk op 31 december 2014 daadwerkelijk zijn gebruikt voor aflossing van de eigenwoningschuld. Doordat in 2014 een beroep wordt gedaan op de tijdelijk verruimde vrijstelling van schenkbelasting voor schenkingen voor de eigen woning, wordt overigens de mogelijkheid afgesloten om in een volgend kalenderjaar nog gebruik te maken van de verhoogde vrijstelling van schenkbelasting voor schenkingen voor de eigen woning door dezelfde schenker. In beginsel kan namelijk slechts in één kalenderjaar gebruik worden gemaakt van een verhoogde vrijstelling. Dit kan anders zijn in de situatie waarin twee giften worden gedaan die gezamenlijk minder zijn dan € 100.000, waarbij de ene gift in 2013 is gedaan en de andere gift in 2014 plaatsvindt. Hier vragen de leden van de fractie van het CDA ook naar. Afhankelijk van de hoogte van beide giften, is het in deze situatie wel mogelijk om beide giften zonder heffing van schenkbelasting te laten plaatsvinden, mits voor 2013 niet eerder gebruik is gemaakt van de verhoogde vrijstelling. Dit is mogelijk omdat in 2013 nog gebruik kan worden gemaakt van de reguliere verhoogde vrijstelling van schenkbelasting voor schenkingen voor de eigen woning van maximaal        € 51.407. In 2014 kan vervolgens eenmalig gebruik worden gemaakt van de tijdelijke verruiming van deze vrijstelling tot € 100.000 en kan dus maximaal nog € 48.593 belastingvrij worden geschonken. Dit geldt uiteraard slechts indien aan alle voorwaarden voor de vrijstelling is voldaan.

Tevens vragen genoemde leden aan welke voorwaarden moet zijn voldaan om op deze wijze de boeterente te ontlopen. Dit is afhankelijk van de voorwaarden van de hypotheekverstrekker en staat los van de vrijstelling van schenkbelasting.

Klik hier voor de volledige brief (pdf, 8 pagina’s).

Bron: Rijksoverheid

Inflatie weer omlaag

De inflatie in mei was 0,8 procent. Na een stijging in april is de inflatie terug op het niveau van maart. Goedkopere vakanties en voedingsmiddelen verlaagden de inflatie. Autobrandstoffen werden duurder. Dit heeft het CBS bekendgemaakt.

Inflatie terug naar het niveau van maart
Consumenten waren in mei 2014 gemiddeld 0,8 procent duurder uit dan in mei 2013. In april sprong de inflatie even naar 1,2 procent door een piek in de prijzen van vliegtickets en vakantieaccommodatie, vanwege de hogere vraag tijdens Pasen. In mei nam de vraag weer af en daarmee zakten de prijzen. De inflatie in mei staat nu op hetzelfde niveau als in maart. De laatste maanden schommelt de inflatie rond de 1 procent. Dat is sinds het begin van 2010 niet meer voorgekomen.

Voeding goedkoper, autobrandstoffen duurder
Voedingsmiddelen hadden een verlagend effect op de inflatie. Vooral verse groenten en fruit waren gemiddeld goedkoper dan een jaar eerder. Vorig jaar lagen de prijzen van deze producten relatief hoog als gevolg van de strenge winter. Afgelopen winter was juist zacht en daardoor lagen de prijzen een stuk lager dan een jaar eerder.
Duurdere benzine had in mei een verhogend effect op de inflatie. Benzineprijzen zijn sinds september 2013 niet zo hoog geweest.

Inflatie in Nederland lager dan in Eurozone
Om de inflatie tussen de EU-landen met elkaar te kunnen vergelijken, wordt deze ook berekend met de Europees geharmoniseerde consumentenprijsindex (HICP). In mei is de Nederlandse inflatie volgens de HICP gedaald naar 0,1 procent. Dat is lager dan het gemiddelde van 0,5 procent in de eurozone. Volgens de ECB is er sprake van prijsstabiliteit als de inflatie onder maar dicht bij 2 procent ligt. Vanaf februari 2013 ligt de inflatie in de eurozone onder de 2 procent. Op grond van de lage inflatie in de afgelopen periode heeft de ECB donderdag 5 juni besloten haar rentetarieven te verlagen.

Bron: CBS

Pensioenopbouw definitief omlaag

De Eerste Kamer is akkoord met de plannen van het kabinet voor de fiscale hervorming van de pensioenen. De veranderingen bij de pensioenopbouw, waaronder verlaging van het opbouwpercentage, treden daarmee op 1 januari 2015 in werking. De wetswijziging hangt samen met de gestegen levensverwachting en de stapsgewijze verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd. Als gevolg van de aanpassingen zullen pensioenpremies dalen, wat voor werknemers resulteert in een hoger netto loon. Dit geeft een bestedingsimpuls aan de economie. Bovendien leiden de aanpassingen tot een besparing op de Rijksbegroting die oploopt tot circa 2,8 miljard euro in 2017 (structureel circa 1,2 miljard euro). Daarmee is het één van de grote hervormingen uit het regeerakkoord van het kabinet Rutte-Asscher. Met ingang van 2015 geldt een opbouwpercentage van 1,875% (voor pensioen op basis van middelloon). Hiermee kan in 40 jaar werken een pensioen worden opgebouwd van 75% van het gemiddelde inkomen. Diverse ingebouwde waarborgen zorgen ervoor dat de lagere pensioenopbouw doorwerkt in een daling van de pensioenpremie. Daarnaast blijft de aftopping van het pensioengevend inkomen ongewijzigd; op 100.000 euro (in 2015). Voor mensen met inkomens die daarboven liggen, wordt het mogelijk om op vrijwillige basis fiscaal vriendelijk bij te sparen uit het nettoloon. –

Studiefinanciering wordt studievoorschot

Het kabinet heeft met de fracties van D66, GroenLinks, VVD en PvdA een akkoord bereikt over de hervorming van de studiefinanciering. Het studievoorschot bestaat voortaan uit een beurs voor studenten van wie de ouders minder dan €46.000 verdienen, een lening en een collegegeldkrediet. De aanvullende beurs kan oplopen tot €365 per maand, voor studenten met ouders die minder dan €30.000 verdienen. Boven dat inkomen loopt het bedrag terug. De maximale lening is het bedrag dat studenten nu al kunnen lenen plus eventueel het bedrag van de huidige basisbeurs (voor uitwonenden). De basisbeurs voor alle studenten, ongeacht het inkomen van hun ouders, vervalt.

Lagere aflossing
De maximale afbetalingstermijn gaat van 15 naar 35 jaar. De maandlasten bij aflossing nemen hierdoor flink af, van maximaal 12% nu naar 4% van het verzamelinkomen bij het studievoorschot. Daarnaast begint het afbetalen straks vanaf het minimumloon. Nu is dat ongeveer bij bijstandsniveau. Eerder aflossen mag natuurlijk ook en de aflossingsvrije jokerjaren die de afgestudeerde kan inzetten als hij door een dure levensfase gaat waarin hij zijn geld nodig heeft voor andere zaken (zoals jonge kinderen of de aanschaf van een huis) blijft bestaan.

Studenten met een handicap of chronische ziekte, die nu nog een jaar extra basisbeurs krijgen, worden gecompenseerd met kwijtschelding van €1200 bij een afgeronde bachelor of master.

Het studievoorschot voor de bachelor en masterfase gaat in op 1 september 2015 voor nieuwe groepen bachelor- en masterstudenten.

Bron: Rijksoverheid

Nieuwste voorwaarden NHG bekend

De Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) heeft de nieuwe voorwaarden bekend gemaakt. Per 1 juli 2014 gelden de Voorwaarden en Normen 2014-3 van de Nationale Hypotheek Garantie (NHG). Offertes die vanaf 1 juli 2014 worden afgegeven, dienen aan deze Voorwaarden en Normen te voldoen.

Klik hier voor ‘Voorwaarden en Normen 2014-3‘ of zie download onderaan.

Wijzigingen Voorwaarden & Normen per 1 juli a.s.

Versienummer
Daar waar in de Voorwaarden en Normen het versienummer ‘2014-2’ wordt genoemd, is dit vervangen door versienummer ‘2014-3’.

Kostengrens
De kostengrens is verlaagd van € 290.000 naar € 265.000.

Definities
De definities ‘Energiebesparende voorzieningen’ en ‘Energieneutrale woning’ zijn toegevoegd.

Energieneutrale woning
Nieuw in Norm 7.6 is dat indien sprake is van een aankoop van een energieneutrale woning en sprake is van een toetsinkomen van minimaal € 29.000 bij de vaststelling van de financieringslast € 13.500 buiten beschouwing mag worden gelaten.

Studiefinanciering
In Norm 7.3 (Financiële verplichtingen) staat dat indien sprake is van een studiefinanciering, rekening mag worden gehouden met 0,75% van het leningbedrag als financiële verplichting. Toegevoegd is dat uitgegaan dient te worden van het oorspronkelijke leningbedrag, tenzij sprake is van een extra aflossing op basis waarvan DUO een nieuwe maandannuïteit heeft vastgesteld. In dat geval mag worden uitgegaan van het nieuwe leningbedrag.

Insolventieverzekering
Norm 2.3.3 is komen te vervallen. Hierdoor zijn de overige subnormen hernummerd.

Tekstuele aanpassingen
Er is een verwijzing naar Norm 7.6 opgenomen in Norm 1.10 en vice versa. Tevens is in Norm 7.7 de verwijzing naar Norm 6.9 gecorrigeerd naar Norm 7.9.

Bron: Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW)

S&P stelt prognoses Nederlandse huizenmarkt bij

In het kwartaalrapport van de internationale kredietbeoordelaar Standard & Poor’s (S&P) verwacht S&P dat de huizenprijzen in Nederland dit jaar licht met 1 procent en volgend jaar met 2 procent zal stijgen. Na vijf jaar daling van de huizenprijzen, lijkt de markt zich nu weer te stabiliseren.

Een herstel van de huizenmarkt wordt nog geremd door de matige economische groei (raming S&P voor dit jaar 0,8%).
De hoge schuld van Nederlandse huishoudens heeft invloed op het herstel van de huizenmarkt. Met een schuldratio van 126% van het bruto binnenlands product (bbp) laat herstel nog op zich wachten.

Verder signaleert S&P als pluspunt een toenemende betaalbaarheid van huizen en meer stabiliteit van het fiscale hervormingsbeleid.

Sparen
Volgens het ratingbureau sparen huishoudens meer om hiermee hun hypotheek af te lossen. Banken gaven eerde al aan dat een deel van het opgenomen spaargeld (afgelopen 12 maanden) gebruikt is voor extra aflossingen.

Bouwvergunningen
De verminderde vraag naar bouwvergunningen en afgenomen aantallen voor nieuwbouw, hebben een positieve invloed op de ontwikkeling van de huizenprijzen.

 

Bron: RTL

Rente verder gedaald

De Nederlandsche Bank meldt dat al geruime tijd de spaar- en hypotheekrentes van banken afnemen. Ook de afgelopen twaalf maanden zijn beide rentes met ongeveer een half procentpunt afgenomen. In februari van dit jaar kregen Nederlandse huishoudens een rente van gemiddeld 1,37% op hun eenvoudig opneembaar spaargeld. Op nieuw afgesloten hypotheken moest gemiddeld 3,52% worden betaald.

Nederlandse huishoudens hadden in februari ongeveer EUR 280 miljard aan eenvoudig opneembaar spaargeld tegen een gemiddelde spaarrente van 1,37 procent.

Deposito
Ook de spaarrente op het vaststaand spaargeld is afgenomen. Huishoudens hebben ongeveer EUR 50 miljard aan vaststaand spaargeld. Op het spaargeld dat in februari werd vastgezet, werd een rente vergoed van gemiddeld 2,26%. Ongeveer de helft van het in februari op een spaardeposito geplaatste spaargeld kende een vaste looptijd van maximaal één jaar.

Hypotheken
De omvang van de hypotheken van Nederlandse huishoudens bij banken bedroeg in februari ongeveer EUR 540 miljard. Op deze uitstaande hypotheken betalen huishoudens een gemiddelde rente van 4,47%.

Opname spaargeld
Over de afgelopen twaalf maanden is het spaargeld van huishoudens met ongeveer EUR 4 miljard afgenomen, een daling van het spaargeld over een periode van twaalf maanden is in Nederland zeer uitzonderlijk. Volgens de banken is een deel van het opgenomen spaargeld gebruikt voor extra aflossingen.

Bron: DNB

Rendementsheffing Box 3 blijft intact

De Nederlandse rendementsheffing (Box III) is niet in strijd met het Europees recht noch met door Nederland gesloten internationale verdragen. De rechter mag niet toetsen aan de grondwet. De uitsluiting van verliesverrekening tussen de boxen houdt geen discriminatie naar nationaliteit in volgens het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Klik hier voor volledige uitspraak.

Bron: Rechtspraak.nl

NVM: Daling huizenprijs in grote delen Nederland gestopt

Het 1ste kwartaal van 2014 laat voor het eerst in drie jaar een lichte prijsstijging zien. De huizenprijzen liggen 1,2% hoger dan een jaar geleden. Vorig kwartaal was er nog sprake van een lichte prijsdaling van -0,8%. NVM-voorzitter Ger Hukker: “Omdat de prijzen de afgelopen kwartalen steeds minder hard daalden, kondigde het einde van de prijsdaling zich al aan. Prijsherstel heeft nu zijn intrede gedaan maar er zijn regionaal en bij de verschillende huistypes grote verschillen.

Aantal transacties begin 2014 opvallend goed
In 2013 liet de tweede helft van het jaar een  herstel van het aantal woningverkopen zien, in 2014 zet dat herstel verder door. Niet eerder in de afgelopen 5 jaar zijn er in het eerste kwartaal zo veel woningen verkocht door NVM-makelaars: 24.360. In de totale markt zijn er naar schatting 32.700 woningen verkocht.  De gemiddelde verkooptijd van de verkochte woning bedroeg 159 dagen.

Prijsdaling in veel regio’s ten einde
Na een periode van meer dan drie jaar is de prijsdaling in een groot deel van de regio’s ten einde. Hukker: “Er is dit kwartaal sprake van een lichte stijging van de transactieprijs ten opzichte van een jaar eerder. Dit gegeven ondersteunt de idee dat het herstel nu voorzichtig doorzet.” De prijs van de gemiddeld verkochte woning is in het 1ste kwartaal uitgekomen op 209.000 euro. De prijsontwikkeling van verkochte woningen komt uit op een stijging van 1,2%.
Wat wel opvalt is het nivelleren van de prijzen. Zo dalen de prijzen van de vrijstaande woningen nog (-1%) en ook Tweekappers blijven met een prijsontwikkeling van precies 0% wat achter.

De populaire starters woningen zoals de tussenwoningen (0,5%), hoekwoningen (2,2%) en appartementen (2,9%) stijgen daarentegen weer in prijs. Het appartement is het woningtype dat in de afgelopen jaren het minst hard in prijs is gedaald en laat nu ook weer duidelijk prijsherstel zien. Een vrijstaande woning is verkocht voor gemiddeld 334.000 euro, een appartement voor 164.000 euro.

Aanbod te koop staande woningen daalt door meer verkopen en stabiele instroom van nieuw aanbod
In vergelijking met een jaar eerder staan nu 8,1% minder woningen in aanbod. De aanboddaling wordt daarmee steeds sterker. Halverwege het 1ste kwartaal 2014 (de peildatum voor het aanbod) stonden 155.568 woningen te koop bij NVM-makelaars. In de totale bestaande koopwoningmarkt gaat het dan naar schatting om 209.000 woningen in aanbod. Vooral de daling van de tussenwoning (12,0%) en hoekwoningen (11,8%) is sterker dan gemiddeld. De daling in aanbod onder appartementen is met 9,3% in een jaar tijd vergelijkbaar met het gemiddelde. Theoretisch gezien duurt het nu 1 jaar en 8 maanden om het huidige aanbod van woningen te verkopen (uitgaande van de veronderstelling dat er geen nieuw aanbod bij zou komen en de aantallen verkopen op het huidige niveau blijven). Op het dieptepunt van de markt was dit 2 jaar en bijna 2 maanden.

Vraagprijs te koop staande woning daalt
De prijsdaling van appartementen (-2,7%) en vrijstaande woningen (-2,6%) is het sterkst, die van hoekwoningen (-1,2%) het minst sterk. De vraagprijs van de gemiddeld te koop staande woning bedraagt halverwege het 1ste kwartaal van 2014 272.000 euro. De vraagprijs van het gemiddelde appartement bedraagt 175.000 euro, terwijl de vraagprijs van de gemiddeld vrijstaande woning 435.000 euro bedraagt.

Niet iedereen profiteert van herstel woningmarkt
De opleving van de woningmarkt verhult het feit dat een groot deel van de woningmarkt nog steeds in de malaise zit. 54 procent van het woningaanbod staat al een jaar of langer in aanbod, 1 op de 6 woningen van het aanbod 3 jaar of langer. “Als je die groep woningen gaat analyseren, dan zitten daar verhoudingsgewijs veel vrijstaande woningen veel dure woningen en veel woningen in de landelijke gebieden in. Daarin zie je de trek van platteland naar stad duidelijk terug”, aldus Hukker.
Ook opvallend blijkt de oververtegenwoordiging van woningen, die na 1990 zijn gebouwd, in het aanbod dat al 3 jaar of langer te koop staat. Hukker: “Het langdurige aanbod baart mij zorgen. Het is de vraag of deze woningen, zelfs in deze oplevende markt, een koper gaan vinden.”
Uit onderzoek blijkt ook dat woningen die al lang in het aanbod staan veelal een vraagprijs hebben die ver boven de marktwaarde ligt. “Vaak kunnen verkopers door restschuldproblematiek niet verder met de prijs zakken. Zonder hun vraagprijs te verlagen zullen ze echter niet snel een koper vinden”, meent Hukker.

Bron: NVM

Karin Sterk

Goed en eerlijk advies

Ik kan dit kantoor zeer zeker aanbevelen er is veel persoonlijke aandacht, heel veel kennis beschikbaar, ruimte voor vragen en er wordt altijd met je meegedacht. De manier van communiceren is helder en goed te begrijpen.

R van Nijburg

Goed advies en prettige sfeer

Zeer goed advies gehad in een prettige en ontspannen sfeer.

Anoniem

Helder advies, goede service

De adviseur heeft ons heel duidelijk een aantal opties voorgelegd plus totale financiele situatie bekeken en daar advies over gegeven. Wij zijn heel tevreden! Vlak voor overdracht was er iets nog niet rond en was hij ook op zijn vrije dag bereikbaar en nog alles geregeld. Top!